11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigContractsoverneming van mondeling gesloten (duur)overeenkomst? Art. 6:159 BW. Bepaalbaarheidsvereiste. Art…
Rechtbank Rotterdam|17 oktober 2018|ECLI:NL:RBROT:2018:8562
Contractsoverneming van mondeling gesloten (duur)overeenkomst? Art. 6:159 BW. Bepaalbaarheidsvereiste. Art. 6:227 BW. vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/544975 / HA ZA 18-168 Vonnis … volgt uit het in artikel 6:159 lid 1 BW op grond van artikel 6:227 BW besloten liggende bepaalbaarheidsvereiste. Dat er een akte is opgemaakt tussen Verbo Transport v.o.f
- Civiel recht overigHoger beroepverdeling huwelijksgemeenschap
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|3 april 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:1403
verbintenis is dat voldaan dient te zijn aan het vereiste van de bepaalbaarheid (art. 6:227 BW). Volgens de parlementaire geschiedenis (T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 895-896) is daaraan voldaan … 6), p. 1123, is hierover opgemerkt dat de in art. 6:227 BW neergelegde eis van bepaalbaarheid niet los gezien kan worden van de eisen van redelijkheid en billijkheid waardoor de obligatoire
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Erfpacht. Zijn bepalingen in algemene voorwaarden voor voortdurende erfpacht nietig of…
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1233
bepaalbaarheid van art. 1356 en 1369 (oud) BW en art. 6:227 BW heeft betrekking op de verbintenissen van partijen. (…) Een bepaling zoals de onderhavige, strekkend tot herziening van de canon door
- Civiel recht overigHoger beroepAanhoudende echtscheidingsperikelen; recht op levering van horecapand dat beweerdelijk door beide voormalige…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|11 december 2018|ECLI:NL:GHARL:2018:10783Aangehaald in 6 uitspraken
hiervoor beschreven verbintenissen acht het hof voldoende bepaalbaar in de zin van artikel 6:227 BW. Dat neemt niet weg dat voor beide partijen de verplichting geldt nog datgene te verrichten
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigTotstandkoming overeenkomst. Aanbod onvoldoende bepaald.
Rechtbank Noord-Holland|9 mei 2018|ECLI:NL:RBNHO:2018:3988
partij en een daarop aansluitende aanvaarding van de andere partij. In artikel 6:227 BW is bepaald dat de verbintenissen die partijen op zich nemen, bepaalbaar moeten zijn. Eventuele leemten
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingdiverse vragen met betrekking tot een relatiebeding in het kader van de verkoop van een assurantieportefeuille
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 augustus 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:3592
appellant] dat het relatiebeding onvoldoende bepaald is en daarom nietig vanwege strijd met artikel 6:227 BW. Dit gedeelte van de grief miskent dat het feit dat verschil van inzicht kan bestaan
- ArbeidsrechtHoger beroep kort gedingWerknemer is in 2010 een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding met een looptijd van 1 jaar…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|2 oktober 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:4054
Werknemer is in 2010 een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding met een looptijd van 1 jaar overeengekomen met BL International. Met ingang van 1 januari 2017 gaat werknemer werkzaamheden verrichten voor een zustermaatschappij: BL Special Promotions. De daartoe opgestelde schriftelijke overeenkomst met een…
- Civiel recht overigEerste aanleg - meervoudigRechtbank Noord-Nederland · Eerste aanleg - meervoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland|19 december 2018|ECLI:NL:RBNNE:2018:5331
niet voldoende kan worden bepaald. Indien een verbintenis niet voldoende bepaalbaar is overeenkomstig artikel 6: 227 BW, ontbeert de vordering van [eiser] rechtsgrond (vgl Gerechtshof Leeuwarden, 24-9-2003, ECLI:NL:GHLEE
- Civiel recht overigHoger beroepIs tussen partijen een koopovereenkomst als bedoeld in artikel 7:2 BW tot stand gekomen? Wilsovereenstemming…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|18 december 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:5276
Is tussen partijen een koopovereenkomst als bedoeld in artikel 7:2 BW
- Civiel recht overigArt. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Mondelinge overeenkomst met betrekking tot het huren van reclameruimte…
Parket bij de Hoge Raad|16 november 2018|ECLI:NL:PHR:2018:1297
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Mondelinge overeenkomst met betrekking tot het huren van reclameruimte op gebouw. Rechtens afdwingbare overeenkomst? Overeenstemming over alle wezenlijke elementen van beoogde overeenkomst? Art. 7:201 BW.
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigSchending zorgplicht door een artiestenmanager. De manager (eiser) en artiest hadden een mondelinge…
Rechtbank Amsterdam|30 mei 2018|ECLI:NL:RBAMS:2018:3658
Schending zorgplicht door een artiestenmanager. De manager (eiser) en artiest hadden een mondelinge managementovereenkomst. De manager heeft ook een samenwerkingsovereenkomst voorgesteld. De artiest heeft die managementovereenkomst opgezegd en wil de samenwerkingsovereenkomst niet (verder) nakomen. De rechtbank…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.