7 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4942
uitmaakte van de individuele arbeidsovereenkomsten) beroept zij zich op de "imprévision-regeling" van art. 6:258 BW, stellende dat de invoering van de WTZ met zijn aanzienlijke toename van de financi-ële … over schending van de artikelen 3:12, 6:2 lid 2, 6:248 en/of 6:258 BW, althans over onvoldoende motivering. Deze algemene klacht wordt vervolgens in vier middelonderdelen nader uitgewerkt
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|25 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4942Aangehaald in 18 uitspraken
verweerder], die zich subsidiair had beroepen op “de imprévision-regeling van art. 6:258 BW”, toegestaan de suppletieregeling eenzijdig te wijzigen, nu door wetswijziging de financiering van de suppletieregeling ingrijpend is gewijzigd … middel dat de Rechtbank, die het door [verweerder] gedane beroep op art. 6:258 BW kennelijk heeft opgevat als een beroep op art. 6:248 lid 2 BW, een onjuiste maatstaf heeft
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|21 januari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4436Aangehaald in 84 uitspraken
ontvangen prestaties; 4. de met [ex-werknemer] gesloten arbeidsovereenkomst op de voet van art. 6:258 BW met terugwerkende kracht tot 27 juli 1995, althans tegen een door de Kanton- rechter … BW alsmede ontbinding van de beëindigingsovereenkomst op de voet van art. 6:258 BW met terugwerkende kracht tot 27 juli 1995. 3.4 De Kantonrechter heeft in conventie geoordeeld dat de door Hema
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|15 december 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA9053
onderdeel 3 dat een toepassing van art. 6:248 BW en/of art. 6:258 BW op een optieovereenkomst als de onderhavige niet behoort tot de in het kader
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|21 januari 2000|ECLI:NL:PHR:2000:AA4436
voet van art. 7A:1639x BW en de beëindigingsovereenkomst op de voet van art. 6:258 BW. De Rechtbank achtte het ontslag op staande voet geldig; zij oordeelde tevens dat door … BW alsmede ontbinding van de beëindigingsovereenkomst op de voet van art. 6:258 BW met terugwerkende kracht tot 27 juli 1995. Zij heeft haar standpunt gehandhaafd dat sprake was van diefstal
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|4 februari 2000|ECLI:NL:HR:2000:AA4729
octrooilicentieovereenkomst te ontbinden met ingang van 18 juni 1996 krachtens het bepaalde in art. 6:258 BW, althans met ingang van een zodanige datum als het Hof in goede justitie zal vermenen
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Arnhem · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Arnhem|24 oktober 2000|ECLI:NL:RBARN:2000:AA7820
vormen overmacht dan wel onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:75 respectievelijk 6:258 BW, zodat nakoming redelijkerwijs niet van haar gevergd kan worden, aldus Sep. 4. Sep heeft niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.