11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB1204
voor het servicedeel kan worden aangemerkt als een vordering in de zin van art. 6:258 BW. De Kring verlangt immers van de rechter dat de overeenkomst van partijen ten aanzien … kale huurprijs voor het servicedeel verschuldigd is. 11. Op grond van art. 6:258 BW kan een contractspartij de rechter verzoeken de gevolgen van een overeenkomst te wijzigen op grond van onvoorziene
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|16 februari 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0025
aanvullende vordering tot ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden op de voet van artikel 6:258 BW bij wege van verweer in conventie aan de rechtbank voor te leggen, omdat de reconventie … werd ingesteld, doet daaraan niet af. De vordering tot ontbinding op grond van artikel 6:258 BW in de reconventie is immers dezelfde als De Ganzeveer bij wege van verweer in conventie
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank Utrecht · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank Utrecht|19 juli 2001|ECLI:NL:RBUTR:2001:AB2747
overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden (als bedoeld in artikel 6:258 BW) in die zin gewijzigd dient te worden. De conclusie is dan dat Haringvliet niet voldoet aan haar contractuele verplichtingen … door de bodemrechter zal worden aangemerkt als een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 6: 258 BW die wijziging van de overeenkomst, in ieder geval een wijziging van de prijs voor elektra
- Civiel recht overigKort gedingRechtbank 's-Hertogenbosch · Kort geding · Civiel recht overig
Rechtbank 's-Hertogenbosch|22 november 2001|ECLI:NL:RBSHE:2001:AD6107
onderhandelingsfase. In de derde plaats zijn er onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW die ertoe moeten leiden dat Laurus naar redelijkheid en billijkheid niet aan de gemaakte principeafspraken … sprake zou zijn van een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW. Als onvoorziene omstandigheid noemt zij het feit dat de reden voor de tussen partijen gemaakte principeafspraken geheel
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|20 april 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB1204
Kring op- gevat als strekkende tot wijziging op de voet van art. 6:258 BW van het gedeelte van de pachtovereenkomst dat de vergoeding voor het servicedeel betreft. Oordelende als hiervoor
- Civiel recht overigCassatieHoge Raad · Cassatie · Civiel recht overig
Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:HR:2001:AB2753
overeenkomst op grond van voornoemde onvoorziende omstandigheid wijzigt op basis van art. 6:258 BW in die zin dat de Hogeschool slechts gehouden is de door gedaagde vanaf 1 juli
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem|8 mei 2001|ECLI:NL:GHARN:2001:AB2986
beroep op dwaling (artikel 6:228 BW) alsmede het beroep op onvoorziene omstandigheden (artikel 6:258 BW) afstuit op het feit dat ten tijde van de onderhandelingen in het kader
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Almelo · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Almelo|11 juli 2001|ECLI:NL:RBALM:2001:AB2830
oordeel van [eiseres] is er sprake van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. Bij het aangaan van de overeenkomst hebben partijen namelijk niet voorzien dat hun verstandhouding
- InsolventierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Insolventierecht
Parket bij de Hoge Raad|23 maart 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB0699
onder 7). Het gaat daarbij volgens de Banken om een beroep op imprévision (art. 6:258 BW). Zij wijzen erop dat zij bestaande aanspraken jegens de DAF-vennootschappen lieten varen en deze
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|7 december 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AD3960
Aanvankelijk had [eiseres] zich ook nog beroepen op art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden); die stelling heeft zij bij MvG blz. 5 teruggenomen. 5 Binnen de gewone cassatietermijn van 3 maanden bedoeld
- Civiel recht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad|2 november 2001|ECLI:NL:PHR:2001:AB2753
haar af te dragen. Meer subsidiair heeft de Hogeschool een beroep gedaan op art 6:258 BW en gevorderd dat de rechter de beëindigingsovereenkomst in die zin zal wijzigen dat de Hogeschool
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.