11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overig19 december 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/020HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL7076
6:2 BW (beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid) en/of art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden), een verkeerde maatstaf heeft aangelegd, althans zijn beslissing onvoldoende gemotiveerd (cassatierekest onder … oordeel van het Hof berust op toepassing van art. 6:2 BW of art. 6:258 BW. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat in verband met de omstandigheden van het onderhavige geval
- Civiel recht overigHoger beroepNa te hebben geoordeeld dat de overeenkomst (..) vernietigbaar is wegens dwaling heeft het hof de stukken…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|10 juni 2003|ECLI:NL:GHSHE:2003:AH9151
name in geval van onvoorziene omstandigheden ook de normen van art. 6:258 BW een rol kunnen spelen. Waartoe degene die het nadeel van de ander moet compenseren, gehouden is, moet nader … dezelfde normen worden toegepast. In beide gevallen spelen ook de artt. 6:248 en 6:258 BW een rol. De HR oordeelde dat de opvatting dat - in geval van wederzijdse dwaling
- Civiel recht overig5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/001HR MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Parket bij de Hoge Raad|5 september 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF8259
eiseres] voorwaardelijk gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomsten gevorderd op grond van onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW). 1.4. Bij vonnis van 2 december 1998 heeft de rechtbank te Leeuwarden de vorderingen … onvoorziene omstandigheden was de rechtbank van oordeel dat niet aan de vereisten van art. 6:258 BW was voldaan. 1.5. [Eiseres] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden en haar
- Civiel recht overigCassatie19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/107HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…
Hoge Raad|19 september 2003|ECLI:NL:HR:2003:AI0864
wijzigen, althans meer subsidiair de gevolgen van eventuele overeenkomsten op grond van art. 6:258 BW ten voordele van [verweerder] te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond
- Civiel recht overig19 december 2003 Eerste Kamer Nr. C02/101HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: HEMA…
Parket bij de Hoge Raad|19 december 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AL7037
BW en ontbinding van de beëindigingsovereenkomst op de voet van art. 6:258 BW met terugwerkende kracht tot 27 juli 1995, alsmede een verklaring voor recht dat [verweerder] toerekenbaar is tekortgeschoten … deze overeenkomst met terugwerkende kracht zal worden ontbonden op de voet van art. 6:258 BW. Uit de tekst van de overeenkomst volgt dat deze - kort samengevat - is aangegaan om der partijen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigOpzegging van een jarenlange bestaande contractuele relatie (slachterswerkzaamheden), ten aanzien waarvan de…
Rechtbank 's-Hertogenbosch|3 december 2003|ECLI:NL:RBSHE:2003:AO1576
Hertogenbosch zou betreffen. Zij heeft zich daarom zelfs beroepen op het bepaalde in artikel 6:258 BW. 4.18. De rechtbank kan Dumeco hierin niet volgen. In de eerste plaats heeft Dumeco
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigRechtbank Zwolle · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht overig
Rechtbank Zwolle|21 november 2003|ECLI:NL:RBZWO:2003:AN9006
verlangen. 4.2 Edon heeft vervolgens verzocht op de voet van het bij artikel 6:258 BW bepaalde de gevolgen van de regeling van artikel 9 lid 1 met terugwerkende kracht vanaf
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF2703
interpretatiehulpmiddel als statische interpretatie tot onduidelijke of zinloze resultaten leidt. 1.5 Civielrechtelijke imprévision Art. 6:258 BW biedt de rechter de mogelijkheid om op verlangen van één der partijen de gevolgen
- Personen- en familierechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht
Parket bij de Hoge Raad|21 maart 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF2846
strekking, dat dit moet worden beschouwd als een onvoorziene omstandigheid als bedoeld in artikel 6:258 BW. 5) Tegen het vonnis van de rechtbank hebben de zoons hoger beroep ingesteld. Daarop
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigmedische fout neuroloog 7:462 BW deskundigenrapport smartengeld, arbeidsvermogensverlies, pensioenschade…
Rechtbank Arnhem|30 juli 2003|ECLI:NL:RBARN:2003:AI1619
rechter op verzoek van één van partijen een overeenkomst op de voet van art. 6: 258 BW wijzigen op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de andere partij
- BelastingrechtConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Belastingrecht
Parket bij de Hoge Raad|21 februari 2003|ECLI:NL:PHR:2003:AF2699
Nr. 37.011 mr P.J. Wattel Derde Kamer B Inkomstenbelasting 1996 Conclusie inzake: X tegen de staatssecretaris van Financiën 11 december 2002 1 Feiten en loop van het geding 1.1 Deze zaak gaat over de toepassing van de 183-dagenregeling volgens art. 15, lid 2, onderdeel a, van het belastingverdrag tussen Nederland en…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.