14 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigBeroep curator op artikel 42 Fw slaagt; Vernietiging onderliggende rechtshandelingen leidt tot vordering uit…
Rechtbank Gelderland|16 januari 2019|ECLI:NL:RBGEL:2019:1127
vordert hij, voor het geval de betalingen aan [verweerder] gebaseerd zouden zijn op artikel 6:30 BW (nakoming van een verbintenis van een ander) of een eigen schuld van CCC, vernietiging … Indien en voor zover CCC de bedoeling had om op de voet van artikel 6:30 BW ten behoeve van [naam bestuurder CCC] de lening bij [verweerder] af te lossen
- Civiel recht overigHoger beroepOvereenkomst van onderaanneming; wie is contractspartij?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 maart 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2013
facturen. Dat [appellant] de facturen voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW, acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Weliswaar staat op de overeenkomst [E] als contractspartij, maar deze … facturen van [geïntimeerde] voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW. Voor de stelling van [appellant] dat hij de facturen zo vaak namens [E] heeft voldaan
- Civiel recht overigHoger beroepOvereenkomst van onderaanneming; wie is contractspartij?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 maart 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2011
facturen. Dat [appellant] de facturen voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW, acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Weliswaar staat op de overeenkomsten [E] als contractspartij, maar deze … facturen van [geïntimeerde] voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW. Voor de stelling van [appellant] dat hij de facturen zo vaak namens [E] heeft voldaan
- Civiel recht overigHoger beroepOvereenkomst van onderaanneming; wie is contractspartij?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|5 maart 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2009
facturen. Dat [appellant] de facturen voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW, acht de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Weliswaar staat op de overeenkomst [E] als contractspartij, maar deze … facturen van [geïntimeerde] voor [E] heeft voldaan in de zin van artikel 6:30 BW. Voor de stelling van [appellant] dat hij de facturen zo vaak namens [E] heeft voldaan
- Civiel recht overigHoger beroepTussenarrest. Onverschuldigde betaling. Bewijsopdracht.
Gerechtshof Den Haag|12 november 2019|ECLI:NL:GHDHA:2019:3736
hoofde van de factuur van [geïntimeerde] van 16 oktober 2017 (op grond van artikel 6:30 BW). Aldus was haar betaling aan [geïntimeerde] op 31 oktober 2017 onverschuldigd, aangezien er slechts aanspraak
- Civiel recht overigHoger beroepGeldleningen onvoldoende onderbouwd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|9 juli 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:5638
repliek in reconventie zijn overgelegd), de schuld van [appellant4] aan [C] teniet gegaan (art. 6:30 BW). Er viel ter zake van die voldane vordering in 2018 dus niets meer te cederen
- Civiel recht overigHoger beroepGerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Hoger beroep · Civiel recht overig
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|26 maart 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:2636
Appellant] kennelijk meent, kan een betaling door een derde in het licht van artikel 6:30 BW niet zonder meer worden beschouwd als een tekortkoming van [Geïntimeerden] . Artikel 6:29 BW bepaalt
- Civiel recht overigHoger beroepVerklaringsprocedure in de zin van art. 477a lid 2 Rv. Executant heeft stelplicht en bewijslast van gestelde…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|14 mei 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:4158
uitspreken van de schuldsanering (22 maart 2019) - door een derde namens [appellante] voldaan (artikel 6:30 BW) en daarmee uit het vermogen van [B] verdwenen. Daarmee valt deze teniet gegane vordering niet
- Civiel recht overigHoger beroepAnders dan de kantonrechter acht het hof appellant geslaagd in het van hem verlangde bewijs dat hij een…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|22 januari 2019|ECLI:NL:GHARL:2019:485
bankafschrift als bedoeld onder 3.4. 5.5 Het hof stelt voorop dat ingevolge artikel 6:30 BW een verbintenis uit een overeenkomst (zoals een verplichting tot het ter beschikking stellen van een geldbedrag
- VerbintenissenrechtHoger beroep kort gedingKort geding, voorlopig oordeel ontbinding, geen bevrijdende betaling, volledige proceskostenvergoeding
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|27 augustus 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:3193
betaling kan beroepen, omdat voor een geslaagd beroep op nakoming door een derde (artikel 6:30 BW) is vereist dat “ [d]e derde […] zich ervan bewust [moet] zijn dat de verbintenis rust
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigverbintenissenrecht, vordering afgewezen
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba|27 maart 2019|ECLI:NL:OGEAA:2019:188
anders. Zie in dit verband immers het bepaalde in het eerste lid van artikel 6:30 BW, waar Romar in haar conclusie van dupliek onder randnummer 4 terecht naar verwijst. Het verweer
- Civiel recht overigHoger beroepHuisarts maakte gebruik van een declaratieservice. Vraag wie gerechtigd is eventueel te veel betaalde…
Gerechtshof Amsterdam|23 april 2019|ECLI:NL:GHAMS:2019:1451
Huisarts maakte gebruik van een declaratieservice. Vraag wie gerechtigd is eventueel te veel betaalde bedragen van haar terug te vorderen. Uitleg overeenkomst, onverschuldigde betaling.
- VerbintenissenrechtHoger beroepuitleg beding in informatiebrochure, teruggave of verbeurte waarborgsom, hoger beroep vonnis 19 april 2017…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|8 januari 2019|ECLI:NL:GHSHE:2019:45
uitleg beding in informatiebrochure, teruggave of verbeurte waarborgsom, hoger beroep vonnis 19 april 2017 (ECLI:NL:RBOBR:2017:2219)
- Civiel recht overigOp tegenspraakbestuurdersaansprakelijkheid, feitelijk bestuurder, lege BV, banknummer De samenvatting: De feitelijk…
Rechtbank Oost-Brabant|31 januari 2019|ECLI:NL:RBOBR:2019:356
heeft genomen om de betalingsverplichting van BitBanQ jegens Translation Office met toepassing van artikel 6:30 BW aan Translation Office te voldoen. Gelet hierop acht de kantonrechter de primaire vordering A jegens
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.