14 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1624
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 21 februari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|10 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:200
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|20 oktober 2017|ECLI:NL:HR:2017:2662
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 5 april
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1623
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|11 augustus 2017|ECLI:NL:HR:2017:1622
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|24 november 2017|ECLI:NL:HR:2017:2981
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 1 februari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|23 juni 2017|ECLI:NL:HR:2017:1134
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 december
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|3 maart 2017|ECLI:NL:HR:2017:353
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 12 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|17 februari 2017|ECLI:NL:HR:2017:255
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 8 december
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Ontvankelijkheid hoger beroep. Geldlening aan werkgever. Verlies. Negatief loon?
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|13 juni 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:4933
dient het Hof de ontvankelijkheid van belanghebbendes hoger beroep te beoordelen. 4.2 Ingevolge artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een (hoger)beroepschrift zes weken. Wordt een (hoger
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Hoger beroep. Overschrijding beroepstermijn. Verschoonbaarheid? Overlijden vader.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|7 maart 2017|ECLI:NL:GHARL:2017:1848
uitspraak van een rechtbank bedraagt zes weken (artikel 6:24 in samenhang met artikel 6:7 Awb). 4.2. De termijn voor het instellen van hoger beroep vangt aan met ingang
- BelastingrechtHoger beroepTijdigheid beroep. 6:7 en 6:11 Awb. Boete. Het Hof is van oordeel dat de rechtbank voor wat betreft de…
Gerechtshof Amsterdam|10 januari 2017|ECLI:NL:GHAMS:2017:786
afloop van de termijn is ontvangen.” 5.2. In dit geval eindigde de termijn (artikel 6:7 Awb in verbinding met artikel 26c Awr) op 23 december 2014. Het beroepschrift is, blijkens
- Strafrecht overigRijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994…
Parket bij de Hoge Raad|7 november 2017|ECLI:NL:PHR:2017:1527
WAHV) en uiterlijk zes weken na toezending (behoudens verschoonbare termijnoverschrijding) onherroepelijk wordt (artikel 6:7 Awb). Indien de strafbeschikking in persoon aan de verdachte wordt uitgereikt of zich anderszins een omstandigheid heeft
- Bestuursrecht overigEerste aanleg - enkelvoudigLast onder dwangsom voor bouwen diverse bouwwerken binnen bestemming “Natuur”. Speeltoestellen zijn…
Rechtbank Gelderland|16 maart 2017|ECLI:NL:RBGEL:2017:1378
oordeel van de rechtbank bepalend voor de aanvang van de termijn van artikel 6:7 Awb. Nu eiser binnen deze 6 weken na 28 juli 2016 beroep heeft ingesteld, is het beroep
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.