22 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|26 januari 2018|ECLI:NL:HR:2018:97
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 3 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|6 april 2018|ECLI:NL:HR:2018:527
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 januari
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1183
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 6 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|7 december 2018|ECLI:NL:HR:2018:2273
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 augustus
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|30 november 2018|ECLI:NL:HR:2018:2212
Hoge Raad. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 10 juli
- BelastingrechtCassatieDe Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Hoge Raad|13 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1144
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 25 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1918
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 30 april
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|21 september 2018|ECLI:NL:HR:2018:1721
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 17 januari
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1915
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 9 maart
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1924
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 20 juni
- BelastingrechtCassatieHR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Hoge Raad|12 oktober 2018|ECLI:NL:HR:2018:1929
Raad binnengekomen. Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 15 maart
- BelastingrechtHoger beroepIn deze zaak ligt ter beoordeling voor of de rechtbank de beroepen ingesteld tegen het niet tijdig doen van…
Gerechtshof Amsterdam|20 december 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:4893
Algemene termijnenwet (ATW) niet van toepassing is met betrekking tot de termijn van artikel 6:7 Awb voor het indienen van het bezwaar, indien (zo begrijpt het Hof het standpunt van belanghebbende … context van artikel 7:10, eerste lid, Awb fungeert de termijn van artikel 6:7 Awb niet als eindtermijn, terwijl artikel 1 ATW volgens belanghebbende uitsluitend voor eindtermijnen is bedoeld. Het standpunt
- BelastingrechtCassatieArt. 8:54 Awb: kennelijk niet-ontvankelijk. Eenmanszaak van belanghebbende ten onrechte als de belanghebbende…
Hoge Raad|6 juli 2018|ECLI:NL:HR:2018:1105
cassatieberoep 3.1. Het beroepschrift in cassatie is niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 Awb gestelde termijn van zes weken, die in dit geval eindigde op 15 september
- Bestuursrecht overigCONCLUSIE: Op woensdag 4 april 2018 neemt staatsraad-advocaat generaal Wattel een conclusie over bijzondere…
Raad van State|4 april 2018|ECLI:NL:RVS:2018:1152Aangehaald in 87 uitspraken
CONCLUSIE: Op woensdag 4 april 2018 neemt staatsraad-advocaat generaal Wattel een conclusie over bijzondere omstandigheden bij de invordering van een dwangsom of het verhalen van kosten bij bestuursdwang. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de staatsraad-advocaat generaal in januari 2018 gevraagd…
- BelastingrechtHoger beroepHoorplicht. Hof Den Haag oordeelt dat ook sprake kan zijn van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar - zodat…
Gerechtshof Den Haag|2 mei 2018|ECLI:NL:GHDHA:2018:1462
Ontvankelijkheid bezwaar 8. De termijn voor het indienen van bezwaar is geregeld in artikel 6:7 Awb en bedraagt zes weken. Deze termijn ving aan op respectievelijk 26 februari
- BelastingrechtHoger beroepBelanghebbende tekent bezwaar aan tegen opgelegde aanslagen IB/PVV 2012 en 2013 en de voorlopige aanslag ZvW…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|19 juli 2018|ECLI:NL:GHSHE:2018:3060
rijksbelastingen (hierna: AWR) luidt in onderhavige jaren, voor zover van belang, als volgt: ‘Artikel 6:7 Awb De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. Artikel 6
- BelastingrechtHoger beroepIB. Geen recht op hoger in aanmerking te nemen bedrag aan specifieke zorgkosten en op giftenaftrek.
Gerechtshof Amsterdam|1 februari 2018|ECLI:NL:GHAMS:2018:427
verklaring. Daarvan uitgaande en gegeven de wettelijke bezwaartermijn van zes weken (artikel 6:7 Awb), is het bezwaarschrift tegen de aanslag te laat ingediend. Gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar
- Civiel recht overigBeschikkingWet inrichting landelijk gebied, Lijst geldelijke regelingen. - Gronden verzoek niet vermeld in…
Rechtbank Oost-Brabant|14 november 2018|ECLI:NL:RBOBR:2018:6569
toepassing zijn. Dat betekent dat het verzoekschrift moet worden ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb genoemde termijn van zes weken. De overige bepalingen van hoofdstuk 6 Awb zijn niet
- Civiel recht overigBeschikkingWet inrichting landelijk gebied, Lijst geldelijke regelingen. - Gronden verzoek niet vermeld in…
Rechtbank Oost-Brabant|22 november 2018|ECLI:NL:RBOBR:2018:6566
toepassing zijn. Dat betekent dat het verzoekschrift moet worden ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb genoemde termijn van zes weken. De overige bepalingen van hoofdstuk 6 Awb zijn niet
- Civiel recht overigBeschikkingWet inrichting landelijk gebied, Lijst geldelijke regelingen. - Gronden verzoek niet vermeld in…
Rechtbank Oost-Brabant|4 december 2018|ECLI:NL:RBOBR:2018:6575
toepassing zijn. Dat betekent dat het verzoekschrift moet worden ingediend binnen de in artikel 6:7 Awb genoemde termijn van zes weken. De overige bepalingen van hoofdstuk 6 Awb zijn niet
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.