11 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingHet hof is (voorlopig) van oordeel dat, nu [appellante] gedurende een periode van drie opeenvolgende maanden…
Gerechtshof Arnhem|20 januari 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BH4236
maanden) bij de Stichting heeft gewerkt, moet worden uitgegaan van het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW. De Stichting heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende aangevoerd om dit rechtsvermoeden (voorshands … september2007. Uit het voorgaande volgt dat, nu de Stichting het rechtsvermoeden van 7:610a BW niet (voorshands) heeft weerlegd en in dit kort geding geen plaats is voor een bewijsopdracht, moet worden
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigEigen ontslagname tijdens arbeidsongeschiktheid. Werkgever heeft ontslagname terecht als zodanig opgevat. Ook…
Rechtbank Dordrecht|23 februari 2009|ECLI:NL:RBDOR:2009:BH3864
werknemer aan zijn opzegging te houden i.c. Geen arbeidsovereenkomst op grond van rechtsvermoeden 7:610a BW, geen overeenkomst van opdracht, wel vennootschapsovereenkomst waar werknemer in persoon en voormalig werkgever aan gebonden zijn … verricht zodat sprake is van een arbeidsovereenkomst op grond van het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW. Noch de mondelinge mededeling van Optima van 1 februari 2007 noch de schriftelijke mededeling namens
- Civiel recht overigHoger beroepWerknemer werkte voor werkgever op basis van een tussen partijen gesloten “voorovereenkomst voor bepaalde…
Gerechtshof Amsterdam|21 juli 2009|ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ7372
gesloten “voorovereenkomst voor bepaalde tijd voor afroepsituatie.” Vermoeden van arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:610a BW niet door werkgever weerlegd. GERECHTSHOF TE AMSTERDAM VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak … gedurende ten minste twintig uren per maand arbeid heeft verricht. Op grond van art. 7:610a BW geldt derhalve het vermoeden dat Werknemer deze werkzaamheden verrichtte krachtens arbeidsovereenkomst. Het is derhalve
- Civiel recht overigHoger beroepNa afweging van voornoemde feiten en omstandigheden moet het oordeel zijn dat gelet op hetgeen de partijen…
Gerechtshof Arnhem|13 januari 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BH4601
artikel 7:610 BW tot stand gekomen is. Het vermoeden van artikel 7:610a BW is door deze feiten en omstandigheden weerlegd. Aangezien [appellant sub 2] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld … artikel 7:610 BW tot stand gekomen is. Het vermoeden van artikel 7:610a BW is door deze feiten en omstandigheden weerlegd. Aangezien [appellant sub 2] geen feiten en omstandigheden heeft gesteld
- Civiel recht overigHoger beroepBestaan arbeidsovereenkomst; opdracht.
Gerechtshof 's-Gravenhage|7 april 2009|ECLI:NL:GHSGR:2009:BI3543
ondubbelzinnige verklaring van haar is vereist. Het hof neemt voorts het rechtsvermoeden van artikel 7: 610a BW in aanmerking. 8. Naar het oordeel van het hof volgt uit de wijze waarop partijen … sprake is van een arbeidsovereenkomst. 9. Met het voorgaande is het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW ontzenuwd. 10. Op grond van hetgeen sub 8. is overwogen is het hof eveneens
- Civiel recht overigHoger beroepTennisleraar heeft in het seizoen telkens gewerkt op basis van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Werd…
Gerechtshof Amsterdam|12 mei 2009|ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ6474
allereerst van belang dat [appellant] geen beroep heeft gedaan op het vermoeden van artikel 7:610a BW. [Appellant] stelt niet dat hij in deze perioden ten minste 20 uren per maand tegen
- Civiel recht overigHoger beroep kort gedingWel of niet sprake van arbeidsovereenkomst?
Gerechtshof Leeuwarden|7 juli 2009|ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1925
geding procedure te buiten. 8. [appellant] heeft zich nog beroepen op het in artikel 7:610a BW neergelegde rechtsvermoeden. Voor een dergelijk vermoeden is nodig dat vaststaat (c.q. in kort geding tenminste
- Civiel recht overigHoger beroepIs er sprake van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht?
Gerechtshof Arnhem|19 mei 2009|ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4214
wekelijks tegen beloning arbeid voor GBB C.V. heeft verricht, bestaat op grond van artikel 7:610a BW het door PCM te weerleggen rechtsvermoeden dat [appellante] die arbeid krachtens arbeidsovereenkomst heeft verricht. Nagegaan
- Civiel recht overigHoger beroepArbeidszaak. Samenwerkiingsverband of arbeidsovereenkomst?
Gerechtshof Leeuwarden|19 mei 2009|ECLI:NL:GHLEE:2009:BI6144
voegt hieraan ten overvloede nog toe dat het contract en het bepaalde in art. 7:610a BW het weerlegbare vermoeden geven van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, welk vermoeden in de verklaringen
- Civiel recht overigEerste aanleg - enkelvoudigVoorovereenkomst of arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (Mup) ? Vrijwillige beëindiging…
Rechtbank 's-Gravenhage|2 juli 2009|ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6030
blijven of en in hoeverre zich in casu het (weerlegbare) rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW voordoet, nu het debat van partijen daarop geen betrekking heeft gehad. 4.4. [gedaagde] heeft voorts
- Civiel recht overigArbeidsrecht. Moet de gesloten overeenkomst worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst of als overeenkomst van…
Parket bij de Hoge Raad|20 november 2009|ECLI:NL:PHR:2009:BJ8840
Arbeidsrecht. Moet de gesloten overeenkomst worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst of als overeenkomst van opdracht? (81 R0).
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.