8 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigVeroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1613
vallen dan wel zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen" verenigbaar is met art. 7 EVRM en art. 1 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze bepaling, ook voor wat betreft … Raad der Nederlanden AG 1 Zie over het bepaaldheidsgebod van art. 1 Sr en art. 7 EVRM ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 1 , aant. 4 en 5 (suppl
- Strafrecht overigVerdachte stelde te laat appèl in. Hof behandelde de zaak in appèl zonder in te gaan op de overschrijding van…
Parket bij de Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV1612
vallen dan wel zich op andere wijze onbehoorlijk te gedragen" verenigbaar is met art. 7 EVRM en art. 1 Sr. De Hoge Raad oordeelde dat deze bepaling, ook voor wat betreft … over het bepaaldheidsgebod van art. 1 Sr en art. 7 EVRM ook Noyon-Langemeijer-Remmelink, Het Wetboek van Strafrecht, art. 1 , aant. 4 en 5 (suppl. 126., februari 2004), J. de Hullu
- Strafrecht overigCassatieVeroordeling o.g.v. art. 78.1 APV ’s-Gravenhage 1982: zonder daartoe bevoegd te zijn op de drempel van een…
Hoge Raad|28 maart 2006|ECLI:NL:HR:2006:AV1613
standpunt ingenomen dat genoemde bepaling uit de APV 's-Gravenhage 1982 strijdig is met art. 7 EVRM, art. 16 Grondwet en art. 1, eerste lid, Sr, omdat zij niet voldoet
- Strafrecht overigGelet op doel en strekking van 41.3 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren moet het bestanddeel "ten verkoop…
Parket bij de Hoge Raad|21 november 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY8966
bewoordingen van een verbodsnorm, en daarmee van een strafbaarstelling, niet onverenigbaar is met art. 7 EVRM, en zulke strijdigheid met deze verdragsbepaling ook niet voortvloeit uit EHRM NJ 2001, 62, behoeft geen
- Strafrecht overigGelet op doel en strekking van 41.3 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren moet het bestanddeel "ten verkoop…
Parket bij de Hoge Raad|21 november 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AY8967
bewoordingen van een verbodsnorm, en daarmee van een strafbaarstelling, niet onverenigbaar is met art. 7 EVRM, en zulke strijdigheid met deze verdragsbepaling ook niet voortvloeit uit EHRM NJ 2001, 62, behoeft geen
- Strafrecht overigHoger beroepVeroordeling voormalige Maastrichtse rechter voor bezit afbeeldingen van jongeren beneden de leeftijd van…
Gerechtshof Arnhem|24 april 2006|ECLI:NL:GHARN:2006:AW3267
sprake is van de door de raadsvrouw aangevoerde schending van art. 1 Sr en art. 7 EVRM. Zo al verdachte tot voormeld arrest gedacht mocht hebben dat hij niet strafbaar handelde
- Strafrecht overigConclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad|18 april 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AU8115
bewezenverklaarde periode van 1996-1999. Aldus zou het legaliteitsbeginsel van art. 1 Sr en art. 7 EVRM geschonden zijn omdat de reikwijdte van art. 82 Wtk 1992 is uitgebreid. Nu hierboven door
- BelastingrechtBevoegd ingediend verweerschrift door de Staatssecretaris? Behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn?
Parket bij de Hoge Raad|8 december 2006|ECLI:NL:PHR:2006:AV2923
regeringswege dienaangaande in de parlementaire geschiedenis van het nieuwe boeterecht; ik wijs voorts op art. 7 EVRM), maar dat het in art. 67o AWR neergelegde una via-beginsel zich niet tegen
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.