17 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- Strafrecht overigConclusie AG. Seksueel misbruik van minderjarige dochter in Dubai en [plaats]. 1. Rechtsmacht voor feiten die…
Parket bij de Hoge Raad|26 mei 2026|ECLI:NL:PHR:2026:514
heeft het hof onder het kopje “ Toepasselijke wettelijke voorschriften ” verwezen naar de artikelen 6 en 7 Sr. De toelichting op eerste middel 8. De steller van het middel voert … arrest – en met name uit de daarin opgenomen verwijzing naar de artikelen 6 en 7 Sr – valt evenwel op te maken dat het hof dit onderzoek wel degelijk heeft uitgevoerd
- Strafrecht overigConclusie A-G. Ontneming w.v.v. uit ‘andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat…
Parket bij de Hoge Raad|31 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:349
toepassing van de regeling voor de oplegging van een hoofdelijke betalingsverplichting in artikel 36e lid 7 Sr. Aangevoerd wordt dat het hof het totale voordeel slechts aan de betrokkene heeft toegerekend vanwege … bijzonder de klacht over de toepassing door het hof van de in artikel 36e lid 7 Sr neergelegde regeling. De regeling berust op het geval waarin voordeel is verkregen “ ter zake
- Strafrecht overigHoger beroepTussenarrest ten behoeve van het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een strafzaak over…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|17 maart 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:724
oktober 2021 niet gold als ‘Nederlander’ in de zin van (het derde lid van) artikel 7 Sr. Het voorgaande betekent dat er sprake is van een feit dat buiten Nederland zou zijn … hiervoor genoemde voorbeelden – de situatie als bedoeld in (het derde lid van) artikel 7 Sr zich niet voordoet. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep is aan de procespartijen gevraagd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOntneming wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr). Hoofdelijk. Betalingsverplichting lager dan…
Rechtbank Oost-Brabant|25 maart 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:1905
daarom vaststellen op € 130.915,88 minus € 84.045,50 = € 46.870,38. Hoofdelijkheid. Uit artikel 36e lid 7 Sr volgt dat bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag ter zake van feiten die door twee … grond van artikel 36e lid 3 moet voor de toepassing van artikel 36e lid 7 Sr tevens aannemelijk zijn dat de veroordeelden een economische eenheid vormden die het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft
- Strafrecht overigVordering cassatie in het belang der wet. Kunnen de voorwaarden bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel (art…
Parket bij de Hoge Raad|17 maart 2026|ECLI:NL:PHR:2026:250
onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.” Art. 77s lid 1 en 7 Sr: “1. Aan de verdachte bij wie ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige … gezondheid. 4.5 De PIJ-maatregel geldt in beginsel voor drie jaar (art. 77s lid 7 Sr). Deze termijn vangt aan op het moment waarop de uitspraak waarbij de maatregel is opgelegd onherroepelijk
- Strafrecht overigConclusie AG. Prejudiciële vragen over extraterritoriale rechtsmachtsbepaling van art. 4 aanhef en onder d…
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:590
oktober 2021 niet gold als ‘Nederlander’ in de zin van (het derde lid van) artikel 7 Sr. Het voorgaande betekent dat er sprake is van een feit dat buiten Nederland zou zijn … hiervoor genoemde voorbeelden – de situatie als bedoeld in (het derde lid van) artikel 7 Sr zich niet voordoet. Voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep is aan de procespartijen gevraagd
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigHoofdelijke veroordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 61.927,61.
Rechtbank Oost-Brabant|15 juli 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:5406
voordeel wordt door de rechtbank daarom berekend op € 61.927,61. Hoofdelijkheid. Uit artikel 36e lid 7 Sr volgt dat bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag ter zake van feiten die door twee
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigHoofdelijke veroordeling ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van € 61.927,61.
Rechtbank Oost-Brabant|15 juli 2026|ECLI:NL:RBOBR:2026:5400
voordeel wordt door de rechtbank daarom berekend op € 61.927,61. Hoofdelijkheid. Uit artikel 36e lid 7 Sr volgt dat bij de vaststelling van het ontnemingsbedrag ter zake van feiten die door twee
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigOfficier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot alsnog verplegen van overheidswege. Overwegingen met…
Rechtbank Limburg|14 september 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:9766
rechterlijke uitspraak waarbij zij is opgelegd onherroepelijk is geworden. Op grond van artikel 38, lid 7 Sr gaat een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid echter in op het ogenblik waarop de verdachte
- Strafrecht overigConclusie AG. Ontnemingszaak. Wederrechtelijk verkregen voordeel (wvv) dmv of uit de baten van mensenhandel…
Parket bij de Hoge Raad|16 juni 2026|ECLI:NL:PHR:2026:593
meer het volgende overwogen over de hoofdelijke aansprakelijkheid in de zin van artikel 36e lid 7 Sr: “2.4.6. Het opleggen van een hoofdelijke betalingsverplichting voor het gehele bedrag van het wederrechtelijk verkregen
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie…
Rechtbank Limburg|24 maart 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:2785
De rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie, artikel 36e lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] is veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht…
- StrafprocesrechtHoger beroepOnderzoek Mergel. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf ter zake van het telen van hennep in Duitsland…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden|3 april 2026|ECLI:NL:GHARL:2026:1984
vreemdeling is en rechtsmacht derhalve (óók) niet op grond van het actief domiciliebeginsel ex art. 7 Sr gevestigd kan worden. 5.2 Oordeel van het hof 5.2.1 Territorialiteitsbeginsel Op grond
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie…
Rechtbank Limburg|24 maart 2026|ECLI:NL:RBLIM:2026:2780
De rechtbank hanteert als grondslag voor de beoordeling van de vordering, evenals het Openbaar Ministerie, artikel 36e lid 3 Sr. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] is veroordeeld voor een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie. De rechtbank acht…
- Strafrecht overigConclusie AG. 26Sartell (samenhang met 24/02523, 24/02511 en 24/02527). O.a. medeplegen van het opzettelijk…
Parket bij de Hoge Raad|13 januari 2026|ECLI:NL:PHR:2026:55
Conclusie AG. 26Sartell (samenhang met 24/02523, 24/02511 en 24/02527). O.a. medeplegen van het opzettelijk invoeren van in totaal ongeveer 6.000 kg cocaïne (art. 2 onder A Opw) en medeplegen van gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Het eerste middel, dat met bewijsklachten opkomt tegen de bewezenverklaring van feit 7…
- Strafrecht overigHoger beroepTen laste van de verdachte rechtspersoon is bewezenverklaard dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 april 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:1012
Taiwan en (b) de verdachte rechtspersoon (hierna: [verdachte] ) geen ‘Nederlander’ is als bedoeld in artikel 7 Sr. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van die feiten niet-ontvankelijk moet worden
- Strafrecht overigHoger beroepHet hof acht bewezen dat de verdachte zich als feitelijk leidinggever, al dan niet samen met anderen…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|16 april 2026|ECLI:NL:GHSHE:2026:996
verdachte rechtspersoon 1] (hierna: [verdachte rechtspersoon 1] ) geen ‘Nederlander’ is als bedoeld in artikel 7 Sr. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van die feiten niet-ontvankelijk moet worden verklaard
- Strafrecht overigEerste aanleg - meervoudigDe rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 jaren en het betalen van…
Rechtbank Overijssel|27 januari 2026|ECLI:NL:RBOVE:2026:330
niet als zodanig gelden. Dat betekent dat geen rechtsmacht bestaat op grond van artikel 7 Sr. - Artikel 2 Sr: het territorialiteitsbeginsel Artikel 2 Sr luidt: “De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.