9 uitspraken gevonden
Sorteer op: Relevantie
- BelastingrechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag; berekening van IB-deel en premiedeel arbeidskorting en IACK en van PVV-deel algemene…
Hoge Raad|15 november 2024|ECLI:NL:HR:2024:1660
niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige in de zin van artikel 7.8 Wet IB 2001. Zij was in die periode evenmin premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen. 3.4 Belanghebbende … gehele kalenderjaar binnenlandse belastingplichtige dan wel kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001 zijn, tijdsevenredig moet worden verminderd naar rato van de periode waarin gedurende het kalenderjaar geen
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBerekening premieinkomen. geen discriminatie t.o.v. niet-werkenden. Niet kwalificerende buitenlands…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|6 juni 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:3811
voor de voordelen verbonden aan de zogenoemde kwalificerende buitenlandse belastingplicht als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001, geldt als voorwaarde dat een inkomensverklaring van de belastingautoriteiten van het woonland wordt overgelegd … belanghebbende ook niet in zijn stelling dat hij voldoet aan de inkomenseis van artikel 7.8 Wet IB 2001. Of wordt voldaan aan de overige voorwaarden van dat artikel moet worden bepaald
- BelastingrechtPrejudiciële beslissingPrejudiciële vraag; berekening PVV-deel ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel…
Hoge Raad|22 maart 2024|ECLI:NL:HR:2024:470Aangehaald in 5 uitspraken
buitenlandse belastingplichtige die geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is in de zin van artikel 7.8 Wet IB 2001, moet de heffingskorting voor de volksverzekeringen, evenals de heffingskorting voor de inkomstenbelasting, worden berekend
- BelastingrechtHoger beroepIB/PVV. Het hof oordeelt dat voor een niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtige bij de berekening…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch|21 augustus 2024|ECLI:NL:GHSHE:2024:2649
Wet IB 2001). Hij is geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige in de zin van artikel 7.8 Wet IB 2001. 2.3. Belanghebbende ontving in 2018 € 48.809 aan salaris. Het belastbaar inkomen uit werk
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBelanghebbende kan niet worden aangemerkt als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige. Het beroep is…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|9 december 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:8415
Volgens de aangifte is belanghebbende kwalificerend buitenlands belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001. 2.2. De inspecteur heeft een aanslag IB/PVV voor het jaar 2020 opgelegd waarbij zowel IB
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigNavorderingsaanslag IB 2018, aanslag IB 2019, belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, ongegrond.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|18 juli 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:4982
Belanghebbende is buitenlands belastingplichtige. Hij is geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige als bedoeld in artikel 7.8 Wet IB 2001. 3.1. Belanghebbende was in de jaren 2018 en 2019 eigenaar van de woning [adres
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBelanghebbende heeft als niet kwalificerende buitenlandse belastingplichtige recht op de ouderenkorting. Voor…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|10 oktober 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:6937
buitenlandse belastingplichtige die geen kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is in de zin van artikel 7.8 Wet IB 2001, moet de heffingskorting voor de volksverzekeringen, evenals de heffingskorting voor de inkomstenbelasting, worden berekend
- BelastingrechtEerste aanleg - enkelvoudigBeroep gegrond. Aftrek uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Unierecht.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant|4 oktober 2024|ECLI:NL:RBZWB:2024:6804
wettelijk bezien aftrekbaar als deze een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige in de zin van artikel 7.8 Wet IB 2001 is. 4.1. Om in aanmerking te komen voor de voordelen verbonden aan de kwalificerende
- BelastingrechtPrejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse…
Parket bij de Hoge Raad|19 januari 2024|ECLI:NL:PHR:2024:79
Prejudiciële vraag over de berekening van het premiedeel van de ouderenkorting voor een buitenlandse belastingplichtige die (een deel van het jaar) premieplichtig is in Nederland; Hoe moet voor niet-inwoners de omvang van het premiedeel van de inkomensafhankelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting,…
Zoektips
Een ECLI (ook kort, zoals HR:2020:2020), LJN of vindplaats (NJ 2019/123) opent direct de uitspraak. Gebruik aanhalingstekens voor een exacte woordgroep (“ontslag op staande voet”), OR voor alternatieven (huur OR pacht), een sterretje voor woorddelen (huur* vindt ook huurder) en een minteken om een woord uit te sluiten.