Alle nieuws

Rechtbank Midden-Nederland · 23 mei 2014

Zorginstelling mag cliënt overplaatsen

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft vrijdag bepaald dat zorginstelling ’s Heeren Loo een cliënt mag overplaatsen naar een andere locatie van de instelling.

De vader van de cliënt, een ernstig verstandelijk gehandicapte jongeman, spande afgelopen maart een kort geding tegen de zorginstelling aan om de overplaatsing te voorkomen. Daarnaast wilde de vader dat het ’s Heeren Loo werd verboden om een medebewoner, die zijn zoon meerdere keren fysiek heeft mishandeld, terug te plaatsen naar de locatie waar zijn zoon op dit moment verblijft.

Partijen zijn het erover eens dat de zoon niet voor de rest van zijn leven op zijn huidige locatie zal kunnen blijven en dat hij op enig moment moet worden overgeplaatst naar een andere locatie. De vader en ’s Heeren Loo hebben daarover volgens de voorzieningenrechter ook nadere afspraken met elkaar gemaakt. Zij zijn overeengekomen dat de nieuwe locatie moet beantwoorden aan het woonprofiel van de zoon. Wanneer het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) oordeelt dat sprake is van een goede en passende locatie, zullen beide partijen ervan uitgaan dat deze locatie geschikt is voor de zoon.

In maart bepaalde de voorzieningenrechter dat het CCE diende te beoordelen of de nieuwe locatie geschikt is voor de gehandicapte zoon. In afwachting van dit onderzoek mocht de zoon niet naar een andere locatie worden overgeplaatst en mocht de medebewoner niet teruggeplaatst worden naar de locatie waar de zoon op dit moment verblijft.

Vandaag besliste de voorzieningenrechter dat de zorginstelling de zoon mag overplaatsen. Het CCE concludeert dat de benodigde zorg, zoals omschreven in het zorgplan, op de nieuwe locatie geleverd kan worden. Omdat er geen onoverkomelijke zaken rond de overplaatsing aan de orde zijn, acht het CCE de locatie geschikt voor de zoon. Volgens de voorzieningenrechter zijn er ook geen andere omstandigheden waaruit blijkt dat de nieuwe locatie niet geschikt is voor de zoon.

De zoon mag naar de nieuwe locatie worden overgeplaatst zodra er een passend verhuisplan is opgesteld. De instelling hoeft niet te wachten met de overplaatsing totdat er een onherroepelijke beslissing is in een bodemprocedure. Alle eerdere beslissingen die de voorzieningenrechter in maart nam, zoals het verbod om de medebewoner terug te plaatsen, komen hiermee te vervallen.

Uitspraken in dit bericht

Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)