Rechtbank Oost-Brabant · 6 juni 2014
Politie mocht vrouw ontslaan vanwege plichtsverzuim
De korpsbeheerder van de politie Brabant Zuid-Oost mocht in september 2012 een vrouwelijke medewerker ontslaan, zo oordeelt de bestuursrechter van de rechtbank Oost-Brabant. De Eindhovense pleegde ernstig plichtsverzuim door haar vermoedens dat haar partner zich mogelijk schuldig maakte aan de verkoop van gestolen kleding én kleding met vervalste merken, niet bij de korpsleiding te melden.
De vrouw werkte sinds april 2011 met tijdelijke contracten als administratief medewerker bij de afdeling Personeel en Organisatie van de toenmalige politie Brabant Zuid-Oost (nu politie Oost-Brabant). In een lopend strafonderzoek kwam de partner van de vrouw als verdachte naar voren. In mei 2012 ging de politie voor dat onderzoek de woning van de vrouw binnen om haar partner aan te houden. Bij het doorzoeken van de woning werden grote hoeveelheden schoenen en kleding met merklabels gevonden.
Een dag na de inval werd bij de politie Brabant Zuid-Oost een intern disciplinair onderzoek ingesteld naar de gedragingen van de vrouw. Ze werd uiteindelijk in september 2012 ontslagen. Volgens de korpsbeheerder pleegde de vrouw ernstig plichtsverzuim, omdat ze op de hoogte was van mogelijk strafbare feiten waarbij haar partner betrokken was en had ze haar leidinggevende hierover moeten inlichten.
De vrouw maakte bezwaar tegen haar ontslag, maar de korpsbeheerder verklaarde dit in februari vorig jaar ongegrond. De vrouw stapte vervolgens naar de bestuursrechter. Ze ontkende dat ze op de hoogte was van de mogelijk strafbare feiten waarbij haar man betrokken was en zou daarom geen plichtsverzuim hebben gepleegd. En mocht dit plichtsverzuim toch vast komen te staan, dan vond ze de opgelegde straf te zwaar. Volgens haar kon worden volstaan met een schriftelijke berisping en de constatering dat haar contract niet zou worden verlengd.
De rechtbank leidt uit de verklaringen van de vrouw af, dat zij vermoedens had van strafbare feiten van haar partner. Ze droeg de man zelfs op de kleding en schoenen binnen een bepaalde tijd uit haar woning en garage te halen. Omdat ze deze vermoedens niet meldde aan haar leidinggevende, is er sprake van ernstig plichtsverzuim. Dat ze een ultimatum stelde aan haar partner, doet daar niets aan af. Volgens de rechtbank was de korpsbeheerder bevoegd om haar disciplinair te straffen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een lichtere maatregel dan ontslag.
Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)