Rechtbank Noord-Holland · 28 september 2015
Celstraffen van 5, 7 en 8 jaar voor Dominicaanse cocaïnelijn
?De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 september 2015 de 47-jarige Eduard V. veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf omdat hij als leider wordt gezien van een criminele organisatie die cocaïne smokkelde vanuit de Dominicaanse Republiek naar Nederland. Tot deze criminele organisatie behoorden ook zijn mededaders, de 28-jarige Jeffrey B., die is veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf en de 61-jarige Harry H., die is veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf. De 35-jarige ex-marechaussee, Ronald J., heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren tegen zich horen uitspreken wegens het schenden van zijn ambtsgeheim. De ex-marechaussee is vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, omdat hij volgens de rechtbank niet actief betrokken was bij de invoer van cocaïne en niet gebleken is dat hij voor de informatie die hij gaf werd beloond. De 28-jarige Thierry S. heeft een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 240 uren opgelegd gekregen voor het samen met anderen invoeren van een hoeveelheid cocaïne.
Criminele organisatie
V. en B. wordt verweten dat zij samen met anderen bijna 30 kilogram cocaïne en samen met H. een onbekende hoeveelheid cocaïne naar Nederland hebben gebracht. Ook acht de rechtbank bewezen dat zij voor ten minste 2 andere transporten voorbereidingen hebben getroffen. Voor de transporten werd gebruik gemaakt van koeriers en afhalers, die de koeriers vanaf het moment van aankomst op de luchthavens Schiphol en Brussel begeleidden. B. ronselde de koeriers en afhalers en trof voorbereidingen voor hun reizen, zorgde dat ze werden geïnstrueerd en dat ze werden betaald. B. onderhield ook het contact met J. en vroeg aan hem diverse personen na te zoeken in de systemen van de Koninklijke Marechaussee, waardoor hij wist dat bepaalde koeriers en medeverdachten ongestoord de paspoortcontrole konden passeren. Deze vertrouwelijke informatie speelde hij door aan V.
H. fungeerde als contact- en tussenpersoon tussen V. en een persoon genaamd 'opa', die in België contacten onderhield met beoogde koeriers. Hij droeg ook zorg voor het testen van de cocaïne nadat het in Nederland was aangekomen en het stallen ervan in verband met de doorverkoop.
V. had in de organisatie een leidende en coördinerende positie en fungeerde als initiatiefnemer van de transporten. Hij onderhield ook de contacten met de leveranciers op de Dominicaanse Republiek. Met het met de cocaïnetransporten verdiende geld heeft V. onder andere een chalet voor zijn zoon gekocht en heeft daarmee volgens de rechtbank crimineel geld witgewassen. De zoon van V., Ricardo V., is vrijgesproken van het witwassen omdat de rechtbank bij hem de ten laste gelegde opzet niet bewezen acht.
V., B. en H. handelden op deze wijze in een georganiseerd crimineel verband, waarin zij allen een eigen taak en rol hadden.
Straf
V., B. en H. hebben allen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de invoer van cocaïne naar Nederland. Bij de strafoplegging heeft de rechtbank bij V. er rekening mee gehouden dat het vooral anderen waren die het grootste risico liepen en dat V. zelf buiten beeld kon blijven. Dat V. ook zijn eigen zoon betrok bij zijn strafbare gedrag, door hem als afhaler te laten fungeren, wordt hem kwalijk genomen. Daarnaast heeft de rechtbank bepaald dat V. nog 974 dagen gevangenisstraf moet uitzitten voor een eerdere drugssmokkel waarvoor hij was veroordeeld en waarvoor hij voorwaardelijk in vrijheid was gesteld. Nu hij binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit heeft begaan moet hij deze gevangenisstraf alsnog uitzitten.
B. wordt ook kwalijk genomen dat hij zijn eigen familie bij de strafbare feiten betrok, door hen als afhaler te laten optreden. Daarnaast heeft B. misbruik gemaakt van zijn vriend, mededader J., en diens positie bij de Koninklijke Marechaussee. Ook dat wordt hem zwaar aangerekend.
H. vormde een essentiële schakel in de organisatie, omdat hij een positie innam waarin hij het vertrouwen van de andere belanghebbenden bij de invoer van cocaïne genoot. H. had tevens munitie en MDMA in zijn bezit. Ook H. was reeds eerder veroordeeld voor cocaïnesmokkel.
De rechtbank vindt dat J. misbruik van zijn positie heeft gemaakt en het in hem gestelde vertrouwen heeft geschonden en daarmee zijn professionele houding en verantwoordelijkheid uit het oog heeft verloren. Een opsporingsambtenaar van de Koninklijke Marechaussee neemt, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Om die reden mag van hem volledige integriteit en onkreukbaarheid worden verwacht. Hij heeft met zijn handelen ernstige schade toegebracht aan het imago van de Koninklijke Marechaussee.Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)