Rechtbank Amsterdam · 16 januari 2014
Supermarkt Haarlemmerplein mag er komen
De supermarkt aan het Haarlemmerplein in Amsterdam mag er komen. Dat heeft de rechtbank bepaald. Omwonenden, die zichzelf ‘Werkgroep Haarlemmerplein’ hadden genoemd, waren tegen de voor de supermarkt verleende vergunning opgekomen. De voorzieningenrechter had eerder hun verzoek om de bouw van de supermarkt stil te leggen, al afgewezen.De omwonenden zijn het er niet mee eens dat de door het stadsdeel Centrum verleende vergunning het mogelijk maakt dat er een supermarkt komt en dat die groter wordt dan het bestemmingsplan toelaat. Zij wijzen er vooral op dat door de supermarkt de voetgangersveiligheid (door op de stoep rijdende fietsers en scooters) in het gedrang zal komen, dat de verkeersdrukte zal toenemen en dat het Haarlemmerplein door de supermarkt en de bijbehorende reclame-uitingen een armoedige uitstraling zal krijgen. Volgens hen had het stadsdeel de vergunning niet mogen verlenen.
De rechtbank oordeelt anders: aan het besluit van het stadsdeel om - in afwijking van het bestemmingsplan - voor de supermarkt vergunning te verlenen, ligt een goede ruimtelijke onderbouwing ten grondslag. Het stadsdeel heeft voldoende toegelicht waarom de voetgangersveiligheid geen aanleiding gaf de gevraagde vergunning te weigeren: door de komst van deze (mandjes)supermarkt zal voornamelijk het aantal fietsers en voetgangers toenemen, terwijl door de herinrichting van het Haarlemmerplein de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers zal worden verbeterd. Verder blijkt uit verschillende onderzoeken dat de verkeerdruk niet overmatig zal toenemen. Ook zal het Haarlemmerplein geen armoedige uitstraling krijgen: de aanwezigheid van de supermarkt aan de Haarlemmerpleinzijde is in visueel opzicht niet overheersend en daarbij heeft de welstandscommissie geen bezwaren tegen het bouwplan geuit. De aangevochten vergunning heeft geen betrekking op het toestaan van gevel-reclame: daarvoor moeten afzonderlijke vergunningen worden aangevraagd.
Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bron: rechtbank Amsterdam
Uitspraken in dit bericht
Bron: rechtspraak.nl (de oorspronkelijke pagina is niet meer online)