Socialezekerheidsrecht
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding. Door betrokkene…
Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AS4049 · Centrale Raad van Beroep · 20 januari 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-crvb-2005-as4049
Zaakgegevens
Op 20 januari 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 januari 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 04/1212 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AS4049
Samenvatting
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding. Door betrokkene zijn geen gronden naar voren gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1212 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (USA), opposant,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 27 mei 2004 het door opposant ingestelde beroep tegen een ten aanzien van hem door geopposeerde genomen besluit d.d. 31 oktober 2003 niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor het indienen van beroep geldende termijn.
Tegen deze uitspraak is door opposant verzet gedaan. Bij faxbericht van 3 december 2004 heeft opposant zijn verzet nader toegelicht en een medische verklaring ingezonden.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 9 december 2004. Daar is opposant niet verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door J.J.G.A.Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
De Raad stelt vast dat in verzet geen gronden naar voren zijn gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.
Hiertoe heeft de Raad overwogen dat hetgeen opposant in verzet naar voren heeft gebracht niet leidt tot het oordeel dat opposant met het te laat indienen van zijn beroepschrift niet in verzuim is geweest.
De door opposant aangegeven reden, te weten het te kampen hebben gehad met ernstige medische omstandigheden (naast het overlijden van zijn dochter), steunt niet op enige medische onderbouwing waaruit zou kunnen blijken dat opposant gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepschrift in te dienen dan wel door een gemachtigde in te laten dienen.
Dit laatste is naar het oordeel van de Raad niet af te leiden uit het ingezonden attest d.d. 2 december 2004 van L. Camacho, M.D. te Houston (USA).
Uit het vorenstaande volgt dat het door opposant gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb, inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. H.R. Geerling-Brouwer, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2005.
(get.) H.R. Geerling-Brouwer.
(get.) E. Heemsbergen.