Socialezekerheidsrecht
Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking. Uitleg begrip "tegelijk".
Centrale Raad van Beroep, 28 april 2005
ECLI:NL:CRVB:2005:AT5580 · Centrale Raad van Beroep · 28 april 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-crvb-2005-at5580
Zaakgegevens
Op 28 april 2005 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 april 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/3971 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2005:AT5580
Samenvatting
Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking. Uitleg begrip "tegelijk".
Uitspraak
E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/3971 WUV
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoekster], wonende te [woonplaats], eiseres, thans verzoekster,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. INLEIDING
Bij schrijven van 5 augustus 2003 heeft mr. J.P. Dijksman, advocaat te Amsterdam, als gemachtigde van verzoekster bij de Raad beroep ingesteld wegens het niet tijdig door verweerster beslissen op een bezwaarschrift. Op 25 augustus 2003 heeft verzoekster evengenoemd beroep ingetrokken en verzocht om toekenning van proceskostenvergoeding.
Verweerster heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.
II. MOTIVERING
Ingevolge het eerste lid van artikel 8:75a van de Awb wordt het verzoek om het bestuursorgaan in de kosten te veroordelen gedaan gelijk met de intrekking van het beroep en wordt het verzoek, indien niet aan dit vereiste is voldaan, niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad is van oordeel dat aan bovenbedoeld vereiste is voldaan, nu het verzoek dezelfde dag is ingekomen, als waarop het beroep is ingetrokken. Het verzoek is mitsdien ontvankelijk.
Aangezien het beroep is ingetrokken omdat verweerster alsnog op het bezwaar heeft beslist, is er sprake van tegemoet- koming in de zin van 8:75a van de Awb en bestaat er aanleiding om verweerster te veroordelen in de kosten van verzoekster, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht, gelet op het feit dat het gaat om een beroepschrift tegen een “fictieve weigering” met wegingsfactor “zeer licht” , zijn begroot op € 80,50.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt verweerster in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag € 80,50, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van mr. A.D. Van Dissel-Singhal als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 april 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get) A.D. van Dissel-Singhal.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.