Socialezekerheidsrecht
Ongegrondverklaring verzet. Appellante heeft lang moeten wachten op een brief van haar behandelend…
Centrale Raad van Beroep, 20 januari 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BL2102 · Centrale Raad van Beroep · 20 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-crvb-2010-bl2102
Zaakgegevens
Op 20 januari 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-71 WUV-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BL2102
Samenvatting
Ongegrondverklaring verzet. Appellante heeft lang moeten wachten op een brief van haar behandelend psychiater, heeft daarover regelmatig contact gehad met medewerkers van verweerster en haar zou verzekerd zijn dat zij zich niet ongerust hoefde te maken. Niet is gebleken dat appellante niet in staat is geweest binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen. Aan mededelingen van medewerkers van verweerster kan appellante hoe dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de Raad overschrijding van de beroepstermijn toelaatbaar zou achten.
Uitspraak
09/71 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[appellante], (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 20 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 29 april 2009 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van verweerster van 23 juli 2008 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 29 april 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 december 2009, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 29 april 2009 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend was 3 september 2008. Het beroepschrift is op 11 december 2008 verzonden.
In het verzetschrift is aangevoerd dat appellante lang heeft moeten wachten op een brief van haar behandelend psychiater, dat zij daarover regelmatig contact heeft gehad met medewerkers van verweerster en dat haar verzekerd zou zijn dat zij zich niet ongerust hoefde te maken.
De Raad ziet herin geen grond voor het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Onder het besluit van 29 april 2008 is duidelijk vermeld dat daartegen binnen zes weken beroep kan worden ingesteld bij de Raad. Niet is gebleken dat appellante niet in staat is geweest binnen de beroepstermijn een beroepschrift in te dienen, waarin bijvoorbeeld had kunnen worden vermeld dat zij nog in afwachting was van informatie van haar behandelend psychiater, dan wel zich (anderszins) telefonisch of schriftelijk tot de Raad te wenden. Aan mededelingen van medewerkers van verweerster kan appellante hoe dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat de Raad overschrijding van de beroepstermijn toelaatbaar zou achten.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2010.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R. Groothuis.
DW