Socialezekerheidsrecht
Afwijzing vergoeding van dieetkosten omdat deze voorziening niet in verband staat met de uit haar vervolging…
Centrale Raad van Beroep, 16 december 2010
ECLI:NL:CRVB:2010:BO9032 · Centrale Raad van Beroep · 16 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-crvb-2010-bo9032
Zaakgegevens
Op 16 december 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-6425 WUV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2010:BO9032
Samenvatting
Afwijzing vergoeding van dieetkosten omdat deze voorziening niet in verband staat met de uit haar vervolging voortgekomen rug- en maagklachten, maar met haar overgewicht dat niet in verband staat met de vervolging. De medische adviezen zijn voldoende onderbouwd.
Uitspraak
09/6425 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 16 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerster van 13 november 2009, kenmerk BZ 48660, JZ/T70/2009 ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wuv), verder: bestreden besluit.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2010. Appellante is verschenen en verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante, geboren in 1940, is vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wuv. Erkend is hierbij dat haar maag- en rugklachten en haar psychische klachten in verband staan met de vervolging. Dit causaal verband is niet aangenomen ten aanzien van haar suikerziekte, overgewicht, spataderen, visus-, borst-, knie- en voetklachten. Aan appellante zijn diverse voorzieningen toegekend.
1.2. In juni 2009 heeft appellante aan verweerster verzocht om vergoeding van dieetkosten, in verband met het volgen van een zogenoemd Hippro-dieet. Hierop heeft verweerster afwijzend beslist bij besluit van 18 september 2009, welke afwijzing na bezwaar is gehandhaafd bij het thans bestreden besluit.
2. Naar aanleiding van hetgeen partijen in beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad als volgt.
2.1. Verweerster heeft geweigerd de kosten van het dieet van appellante te vergoeden op de grond dat deze voorziening niet in verband staat met de uit haar vervolging voort-gekomen rug- en maagklachten, maar met haar overgewicht dat niet in verband staat met de vervolging. Het betreffende dieet is gericht op gewichtsafname. In tweede instantie heeft gewichtsafname ook een positief effect op de rugklachten en beenklachten, benauwdheid en suikerziekte van appellante. Het positieve effect op de rugklachten kan vergoeding op grond van de Wuv volgens verweerster niet rechtvaardigen. Voor de behandeling van rugklachten is het volgen van een dieet een niet gangbare vorm van behandeling.
2.2. De Raad acht het bestreden besluit van verweerster, op grond van door haar geneeskundig adviseurs uitgebrachte adviezen, die mede zijn gebaseerd op informatie van de huisarts en de diëtiste, voldoende onderbouwd. De huisarts van appellante heeft haar verwezen naar de diëtiste in verband met haar adipositas en diabetes mellitus. Blijkens informatie van de diëtiste is het primaire doel een gezonder gewicht bereiken en een lager cardiovasculair risicoprofiel. Secundaire doelen zijn afname van de insulineresistentie en het verminderen van de bloedsuikerverlagende therapieën. Dat de gewichtsvermindering de rugklachten van appellante gunstig beïnvloedt brengt niet mee dat daarmee sprake is van een medische noodzaak in de zin van artikel 20 van de Wuv.
3. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.
4. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) I. Mos.
HD