Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te worden gebracht voor…
Centrale Raad van Beroep, 1 december 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BU7122 · Centrale Raad van Beroep · 1 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-crvb-2011-bu7122
Zaakgegevens
Op 1 december 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 1 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-5405 WUBO
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BU7122
Samenvatting
Afwijzing aanvraag om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te worden gebracht voor - onder meer - een periodieke uitkering omdat niet is komen vast te staan dat appellant direct betrokken was bij de bombardementen op 14 mei 1940.
Uitspraak
10/5405 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerder)
Datum uitspraak: 1 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Dit geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010,182), voortgezet door de Pensioen- en Uitkeringsraad als bedoeld in deze wet. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUBO van de PUR.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 14 september 2010, nummer BZ01 WUB 000218, BZ01203762 (hierna: bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2011. Voor appellant is verschenen mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Sittard. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij zijn oordeelsvorming gaat de Raad uit van de volgende voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, die in 1930 te Rotterdam is geboren, heeft in oktober 2008 bij verweerder een verzoek ingediend om krachtens de Wubo te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer en in aanmerking te worden gebracht voor - onder meer - een periodieke uitkering. Appellant heeft die aanvraag gebaseerd op gezondheidsklachten die hij in verband brengt met hetgeen hij in de tweede wereldoorlog heeft meegemaakt.
1.2. Appellant stelt dat hij direct betrokken is geweest bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940. Weliswaar woonde hij niet in de directe omgeving van de inslag, maar omdat hij met zijn vader op weg was naar de bioscoop, bevond hij zich toevallig aan de rand van het centrum van Rotterdam, waarop de bommen zijn afgeworpen.
1.3. Verweerder heeft bovengenoemde aanvraag bij besluit van 29 september 2009, zoals na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, afgewezen op de grond dat - voor zover thans nog van belang - niet is komen vast te staan dat appellant direct betrokken was bij de bombardementen op 14 mei 1940.
2. De Raad overweegt, naar aanleiding van hetgeen door partijen naar voren is gebracht, het volgende.
2.1. Appellant heeft de rapporteur van de Stichting 1940–1945 verteld dat hij op 14 mei 1940 met zijn vader naar de bioscoop in de Hoogstraat wilde gaan. Zij zijn via de Jonker Fransstraat in de richting van de Hoogstraat gelopen. Ter hoogte van de Goudsesingel (hoek Jonker Fransstraat) zag appellant hoe gebouwen aan de Coolsingel geraakt werden en in brand vlogen. Appellant en zijn vader zijn toen onmiddellijk via de Jonker Fransstraat terug gerend naar huis.
2.2. Op grond van het door verweerder in de bezwaarfase ingestelde onderzoek naar de omstandigheden van het bombardement op 14 mei 1940 moet de Raad constateren dat de bombardementen zich hebben geconcentreerd op het centrumgebied, met als grens de Goudsesingel. Uit het relaas van appellant komt naar voren dat zij zijn begonnen bij de Coolsingel, de westelijke rand van het direct getroffen centrumgebied. Appellant en zijn vader bevonden zich op dat moment aan de noordoostelijke rand van dat gebied, een aantal straten van de Coolsingel verwijderd. Omdat zij direct naar huis terug zijn gerend, hebben zij zich niet daadwerkelijk bevonden op of in de onmiddellijke nabijheid van de plek waar de bommen vielen. Dat de als gevolg van de bombardementen ontstane branden zich later uitbreidden tot halverwege de Jonker Fransstraat - dus voorbij de Goudsesingel - heeft appellant eerst later bemerkt, toen hij terugkeerde naar het getroffen gebied om polshoogte te nemen. Zijn ouderlijke woning aan de Marnixstraat bevond zich zowel buiten het direct getroffen gebied als buiten de brandgrens.
2.3. Evenals verweerder concludeert de Raad hieruit dat appellant niet direct betrokken is geweest bij de bombardementen op Rotterdam op 14 mei 1940, in de betekenis die daaraan voor de toepassing van artikel 2 van de Wubo moet worden toegekend.
2.4. Het vorenstaande betekent dat het beroep van appellant ongegrond verklaard dient te worden.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2011.
(get.) R. Kooper.
(get.) I. Mos.
HD