Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.

Centrale Raad van Beroep, 19 juli 2012

Zaakgegevens

Op 19 juli 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 juli 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12-1823 WUBO
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2012:BX2109
E-mail

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Het beroepschrift is niet tijdig ingediend.

Uitspraak

12/1823 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 19 juli 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 6 februari 2012, kenmerk BZ01384770.

Dit besluit is bij schrijven van 6 februari 2012 aan appellante bekendgemaakt.

Het beroepschrift is op 22 maart 2012 bij verweerder ontvangen, op 29 maart 2012 aan de Raad toegezonden en op 2 april 2012 ter griffie ontvangen. Het is blijkens de poststempel op de enveloppe op 21 maart 2012 ter post bezorgd.

OVERWEGINGEN

Volgens de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt het volgende:

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop het bestreden besluit door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Op grond van de bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij schrijven van 10 april 2012 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellante heeft daarop bij brief van 23 april 2012 geantwoord dat zij diep teleurgesteld was nadat zij was afgewezen als oorlogsslachtoffer en dat zij uiteindelijk weer moed had verzameld om andere instanties te benaderen, dit vergt enige tijd.

Hetgeen appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Het beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2012.

(getekend) R. Kooper

(getekend) P.N. Rijnsewijn

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

HD