Socialezekerheidsrecht
Terugvordering teveel ontvangen (pgb) over 2008. Over 2007 en 2008 samen heeft de curator meer aan kosten…
ECLI:NL:CRVB:2012:BY0445 · Centrale Raad van Beroep · 17 oktober 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2012-by0445
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10-2481 AWBZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BY0445
Samenvatting
Terugvordering teveel ontvangen (pgb) over 2008. Over 2007 en 2008 samen heeft de curator meer aan kosten verantwoord dan voor die jaren aan pgb is verleend. Geen verrekening mogelijk. De aan te leggen belangenafweging leidt ook niet tot het oordeel dat het Zorgkantoor van terugvordering had moeten afzien.
Uitspraak
10/2481 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 31 maart 2010, 09/5021 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
Achmea Zorgkantoor (Zorgkantoor)
Datum uitspraak 17 oktober 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J.H. Prins hoger beroep ingesteld.
Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2012. Voor appellant is verschenen [naam curator], curator van appellant (curator), bijgestaan door mr. Prins. Het Zorgkantoor is vertegenwoordigd door mr. I. Punt.
OVERWEGINGEN
1.1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten.
1.2. Het Zorgkantoor heeft in een besluit van 11 maart 2009 van appellant teruggevorderd teveel ontvangen persoonsgebonden budget (pgb) over 2008 tot een bedrag van € 5.163,25. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het Zorgkantoor ongegrond verklaard bij een besluit van 21 augustus 2009. Daartegen heeft appellant beroep ingesteld.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen, kort weergegeven, dat de Regeling subsidies AWBZ (Regeling) geen grond vormt om het terugvorderingbesluit te vernietigen. Ook had het Zorgkantoor op grond van een belangenafweging niet hoeven afzien van terugvordering.
3. De Raad overweegt het volgende.
3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant over 2008 een bedrag van € 5.163,25 minder aan kosten heeft verantwoord dan het over dat jaar verleende pgb. Wel is tussen partijen de terugvordering van dat bedrag in geschil.
3.2. De curator stelt dat hij over het jaar 2007 ten opzichte van het verleende pgb teveel aan kosten heeft verantwoord tot een bedrag van € 6.872,88. Dat was omdat appellant in dat jaar veel meer zorg nodig had. De curator is met de zorgverlener overeengekomen dat deze voor de in 2007 verleende zorg gedeeltelijk het budget van 2008 kon gebruiken. Over 2007 en 2008 samen heeft de curator meer aan kosten verantwoord dan voor die jaren aan pgb is verleend. Het Zorgkantoor had de in 2007 teveel verantwoorde kosten moeten verrekenen met de in 2008 minder verantwoorde kosten. Ook op grond van de belangenafweging had het Zorgkantoor van terugvordering moeten afzien. Appellant is onder curatele gesteld en hij heeft geen financiële middelen. Als hij het terugvorderingbedrag moet betalen, leidt dat tot onaanvaardbare financiële consequenties. Hij heeft nagenoeg geen draagkracht om af te lossen.
3.3. Het Zorgkantoor stelt dat hij op grond van de Regeling terecht tot terugvordering is overgegaan. In het kader van de belangenafweging stelt het Zorgkantoor dat appellant een uitkering heeft, zodat financiële overwegingen geen rol spelen bij de vraag of wordt teruggevorderd. Het belang van het Zorgkantoor is hierin gelegen dat hij het uit het oogpunt van kostenbeheersing niet kan toestaan dat budgethouders op voorhand kosten maken uit een pgb dat nog niet is vastgesteld. In het geval een budgethouder voor hogere kosten komt te staan, ligt het op zijn weg om het Zorgkantoor hiervan op de hoogte te stellen en bij het indicatieorgaan een hogere indicatie aan te vragen en niet om eigenmachtig op te treden.
3.4. Noch de Regeling, noch afdeling 4.2.7 van de Algemene wet bestuursrecht, noch een andere wettelijke regeling biedt een verrekeningsmogelijkheid zoals appellant voorstaat. De aan te leggen belangenafweging leidt ook niet tot het oordeel dat het Zorgkantoor van terugvordering had moeten afzien, omdat hij de onder 3.3 verwoorde belangen als zwaarder wegend heeft kunnen aanmerken. In het bijzonder had van (de curator namens) appellant verwacht mogen worden om met het Zorgkantoor contact op te nemen over de kosten in 2007. Het pgb over 2007 was in oktober van dat jaar immers al uitgegeven. Gelet op het uitgavenpatroon over 2007 had de curator medio dat jaar al kunnen voorzien dat hij aan het eind van dat jaar onvoldoende pgb over zou hebben om de maandelijkse zorg te bekostigen.
3.5. Overigens heeft het Zorgkantoor steeds herhaald een afbetalingsregeling te willen treffen. In de te treffen regeling speelt de draagkracht van appellant een bepalende rol.
4. Wat hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellant geen doel treft. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema als voorzitter en G.M.T. Berkel-Kikkert en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2012.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) P.J.M. Crombach
HD