Socialezekerheidsrecht
Verzet. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Centrale Raad van Beroep, 29 augustus 2017
ECLI:NL:CRVB:2017:2969 · Centrale Raad van Beroep · 29 augustus 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2017-2969
Zaakgegevens
Op 29 augustus 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2017
- Datum publicatie
- 30 augustus 2017
- Zaaknummer
- 16/6934 PW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2017:2969
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:4903Centrale Raad van Beroep · 29 augustus 2017deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2017:2969
Overig
Uitspraak
Datum uitspraak: 29 augustus 2017
16/6934 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 27 juli 2016, 15/6510 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht van 10 januari 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 18 juli 2017. Appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 januari 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
15 september 2016. Het hogerberoepschrift is digitaal ingediend bij de Raad van State op
7 november 2016. De Raad van State heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.
Ter zitting heeft appellante verklaard dat zij in eerste instantie dacht dat er geen hoger beroep mogelijk was tegen de aangevallen uitspraak. Appellante heeft verder verklaard dat zij wellicht de aangevallen uitspraak heeft verwisseld met de uitspraak van de rechtbank op het door haar ingediende wrakingsverzoek van 22 juli 2016, waartegen geen rechtsmiddel openstaat.
De Raad ziet in het door appellante aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. In de aangevallen uitspraak en in de begeleidende brief van de rechtbank staat duidelijk aangegeven dat partijen binnen zes weken na de datum van verzending van de uitspraak hoger beroep kunnen instellen.
Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellante niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
29 augustus 2017.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven