Socialezekerheidsrecht

Verzet gegrond. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 26 april 2017 vervalt en het onderzoek wordt…

Centrale Raad van Beroep, 5 december 2017

Zaakgegevens

Op 5 december 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
5 december 2017
Datum publicatie
14 december 2017
Zaaknummer
16/3336 PW-V
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2017:4310
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet gegrond. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 26 april 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 december 2017

16/3336 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 14 april 2015, 14/4901 WWB-W

Partijen:

[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Bij brief van 17 mei 2016 heeft mr. drs. M.J.G. Schroeder, advocaat, namens verzoeker een verzoek om herziening ingediend van de uitspraak van de Raad van 14 april 2015,

14/4901 WWB-W.

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, in verbinding met

artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 26 april 2017 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het ingediende verzoek om herziening.

Namens verzoeker heeft mr. drs. Schroeder verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 24 oktober 2017. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. Schroeder. Het college is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 26 april 2017 berust op de overwegingen dat de uitspraak van de Raad van 14 april 2015 een beslissing is op een wrakingsverzoek, waartegen op grond van artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb geen rechtsmiddel openstaat.

Tijdens de behandeling ter zitting is gebleken dat de brief van mr. drs. Schroeder van

17 mei 2016 aangemerkt moet worden als een verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 19 mei 2015, 14/4901 WWB. Met deze uitspraak heeft de Raad het hoger beroep gericht tegen de uitspraak van de rechtbank [woonplaats] van 16 juli 2014, 13/7291,

niet-ontvankelijk verklaard.

Gelet op het voorgaande wordt het verzet gegrond verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 26 april 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van verzoeker tot een bedrag van € 495,- voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- verklaart het verzet gegrond;

- veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van verzoeker tot een bedrag van

€ 495,-.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 december 2017.

(getekend) H.C.P. Venema

(getekend) N.L. Kuipers

HD