Socialezekerheidsrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Procesbelang vervallen. Appellant…
ECLI:NL:CRVB:2018:2501 · Centrale Raad van Beroep · 2 augustus 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-2501
Zaakgegevens
Op 2 augustus 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 augustus 2018
- Datum publicatie
- 10 augustus 2018
- Zaaknummer
- 16/2990 WTCG
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:2501
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak. Hoger beroep niet-ontvankelijk. Procesbelang vervallen. Appellant overleden, geen erfgenamen die proces willen voortzetten.
Uitspraak
Inhoudsopgave
16 2990 WTCG-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 april 2016, 15/4433 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats] , Spanje (appellant)
CAK
Datum uitspraak: 2 augustus 2018
Zitting heeft: mr. M.M. van der Kade
Griffier: H. Achtot
Ter zitting is niemand verschenen
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende
overwegingen.
1. Namens appellant heeft [naam] hoger beroep ingesteld. CAK heeft een verweerschrift ingediend. In april 2018 is de Raad gebleken dat appellant op 7 september 2017 is overleden. In de Staatscourant van 23 mei 2018 is de in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde aankondiging van deze zaak gedaan. Het geding is heden ter zitting aan de orde gesteld.
2. De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het geding. De Raad is niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Nu het processueel belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen, moet het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) H. Achtot (getekend) mr. M.M. van der Kade