Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor dubbele huur. De kosten zijn gedaan en voldaan voor de aanvraag…
ECLI:NL:CRVB:2018:3369 · Centrale Raad van Beroep · 16 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3369
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2018
- Datum publicatie
- 25 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/4242 PW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3369
Samenvatting
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor dubbele huur. De kosten zijn gedaan en voldaan voor de aanvraag. Geen bijzondere omstandigheden.
Uitspraak
Datum uitspraak: 16 oktober 2018
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 juni 2017, 16/7777 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Zitting heeft: W.H. Bel, lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: F.H.R.M. Robbers
Namens appellant is verschenen mr. J.E.E. Stout, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Tang.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij besluit van 12 september 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van
9 november 2016, heeft het college de aanvraag van appellant van 29 augustus 2016 voor bijzondere bijstand voor de kosten van dubbele huur, afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat ten tijde van de aanvraag al was voorzien in de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd. Het gegeven dat hij door de overlast van zijn vorige buurvrouw is verhuisd naar de nieuwe woning, levert geen bijzondere omstandigheid op.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep voert appellant aan dat sprake is van bijzondere omstandigheden. Hij zag zich door de problemen met zijn onderbuurvrouw genoodzaakt te verhuizen. Via een urgentieverklaring heeft hij met spoed op 9 augustus 2016 een nieuwe woning mogen bekijken. Drie dagen later moest hij de huur van die nieuwe woning al voldoen, omdat de woning anders niet aan hem zou worden toegewezen.
4. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellant heeft de kosten voor dubbele huur voor de datum van aanvraag gemaakt en voldaan, zodat hij gelet op artikel 35, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de PW, reeds hierom geen recht had op de aangevraagde bijzondere bijstand. In wat appellant heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden, die er toe leiden dat van dit uitgangspunt moet worden afgeweken, reeds omdat dit op geen enkele manier is onderbouwd.
Waarvan proces-verbaal
De griffier De voorzitter
(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) W.H. Bel