Socialezekerheidsrecht
Individuele inkomenstoeslag terecht verleend naar norm voor een alleenstaande omdat appellant niet gehuwd is.
Centrale Raad van Beroep, 20 november 2018
ECLI:NL:CRVB:2018:3865 · Centrale Raad van Beroep · 20 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2018-3865
Zaakgegevens
Op 20 november 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 november 2018
- Datum publicatie
- 5 december 2018
- Zaaknummer
- 17/6559 PW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2018:3865
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Individuele inkomenstoeslag terecht verleend naar norm voor een alleenstaande omdat appellant niet gehuwd is.
Uitspraak
17 6559 PW-PV, 18/3628 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 augustus 2017, 17/1088 (aangevallen uitspraak 1) en
17 mei 2018, 18/14 (aangevallen uitspraak 2)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Medemblik (college)
Datum uitspraak: 20 november 2018
Zitting heeft: J.L. Boxum als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: J. Smolders
Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. A.D. Peters en mr. K. van Waarden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Appellant heeft op 31 juli 2016 en 3 augustus 2017 aanvragen om een individuele inkomenstoeslag ingediend.
Het college heeft naar aanleiding van beide aanvragen een individuele inkomenstoeslag naar de norm voor een alleenstaande toegekend en heeft de bezwaren tegen die besluiten bij besluiten van 12 januari 2017 en 22 november 2017 (bestreden besluiten) ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraken van 17 augustus 2017 en 17 mei 2018 heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
Appellant heeft aangevoerd dat hij recht heeft op de hogere individuele inkomenstoeslag naar de norm voor gehuwden, omdat de algemene bijstand die hij ontvangt naar de gehuwdennorm is toegekend. Hij ontvangt immers door toepassing van de kostendelersnorm de helft van de gehuwdennorm.
Wat appellant heeft aangevoerd slaagt niet. De individuele inkomenstoeslag berust op
artikel 36 van de Participatiewet en de Verordening individuele inkomenstoeslag van de gemeente Medemblik. De omschrijving van de begrippen alleenstaande en gehuwde uit de Participatiewet zijn ook van toepassing op deze begrippen in de Verordening. In de verordening is bepaald dat de individuele inkomenstoeslag voor gehuwden een hoger bedrag is dan de individuele inkomenstoeslag voor een alleenstaande.
Niet in geschil is dat appellant alleenstaande is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van de Participatiewet. Anders dan appellant betoogt ontvangt hij ook geen algemene bijstand naar de norm voor gehuwden, maar naar de norm voor een alleenstaande. Dat dit via toepassing van de kostendelersnorm hetzelfde bedrag is als de helft van de gehuwdennorm, doet hier niet aan af.
Nu appellant alleenstaande is, heeft het college terecht een individuele inkomenstoeslag toegekend naar de norm voor een alleenstaande. Hierbij wordt nog opgemerkt dat appellant een zelfstandig recht heeft op een individuele inkomenstoeslag, en niet samen met zijn moeder, met wie hij de woning deelt, recht heeft op een individuele inkomenstoeslag voor gehuwden.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
getekend) J. Smolders (getekend) J.L. Boxum