Socialezekerheidsrecht
Terecht korting op ouderdomspensioen toegepast van 94% vanwege afgerond 47 niet verzekerde jaren. De Svb…
ECLI:NL:CRVB:2020:1682 · Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2020-1682
Zaakgegevens
Op 20 juli 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juli 2020
- Datum publicatie
- 30 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/990 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:1682
Samenvatting
Terecht korting op ouderdomspensioen toegepast van 94% vanwege afgerond 47 niet verzekerde jaren. De Svb heeft onderzoek gedaan bij de door appellant genoemde bedrijven. Ook heeft de Svb navraag gedaan bij de gemeente Rotterdam of appellant ingeschreven is geweest in de Gemeentelijke basisadministratie. Uit deze informatie is niet gebleken dat appellant in Nederland heeft gewoond of gewerkt, zodat appellant over die periodes op grond van artikel 6, eerste lid, van de AOW niet als verzekerd kan worden aangemerkt.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 20 juli 2020deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2020:1682
Hoge Raad · 2 juli 2021
ECLI:NL:HR:2021:1072Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 990 AOW
Datum uitspraak: 20 juli 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2019, 17/6277 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken in het geding gebracht.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben niet binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.
OVERWEGINGEN
Appellant heeft een aanvraag ingediend om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. Daarbij heeft appellant aangegeven dat hij in de periode van 3 januari 1994 tot 12 september 1995 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Ter ondersteuning van zijn aanvraag heeft appellant een pensioenoverzicht van de Svb van 5 oktober 2011 toegezonden, waarbij appellant verzekerd is geacht voor de AOW vanaf 3 januari 1964 tot en met 12 september 1995, waardoor hij 4% van het AOW-pensioen heeft opgebouwd.
Bij besluit van 18 januari 2017 heeft de Svb de aanvraag om een AOW-pensioen afgewezen, omdat niet duidelijk is of appellant in Nederland heeft gewoond, omdat hij niet stond ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. Ook is onduidelijk of appellant in Nederland heeft gewerkt, omdat het sofinummer dat op de toegezonden bewijzen is vermeld aan een andere persoon toebehoort. Dit sofinummer is door meerdere mensen misbruikt, zodat niet met zekerheid is vast te stellen of appellant dezelfde persoon is als vermeld in de bewijsstukken.
Bij het bestreden besluit van 31 augustus 2017, nader aangevuld bij besluit van 19 september 2017, is het bezwaar tegen het besluit van 18 januari 2017 gegrond verklaard. Aan appellant is met ingang van 1 april 2017 een ouderdomspensioen ingevolge de AOW naar de norm van een gehuwde toegekend. Op het ouderdomspensioen is een korting toegepast van 94% vanwege afgerond 47 niet verzekerde jaren. Appellant wordt verzekerd geacht over de tijdvakken 3 maart 1993 tot en met 14 mei 1993 en 3 januari 1994 tot en met 31 mei 1996. Verder is met ingang van 1 april 2017 een Inkomensondersteuning AOW toegekend, waarop een zelfde percentuele korting is toegepast als op het ouderdomspensioen.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant, kort gezegd, aangevoerd dat hij het niet eens is met de hoogte van het aan hem toegekende AOW-pensioen, omdat hij langere periodes in Nederland heeft gewerkt dan door de Svb aangenomen, en omdat een periode van ziekte ten onrechte niet als verzekerd tijdvak is aangemerkt. Ter onderbouwing hiervan heeft appellant stukken ingezonden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
In geschil is of appellant, naast de tijdvakken 3 maart 1993 tot en met 14 mei 1993
en 3 januari 1994 tot en met 31 mei 1996, nog meer verzekerde tijdvakken voor de AOW heeft opgebouwd.
Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. De Svb heeft onderzoek gedaan bij de door appellant genoemde bedrijven. Ook heeft de Svb navraag gedaan bij de gemeente Rotterdam of appellant ingeschreven is geweest in de Gemeentelijke basisadministratie. Uit deze informatie is niet gebleken dat appellant anders dan gedurende de onder 4.1 genoemde periodes in Nederland heeft gewoond of gewerkt, zodat appellant over die periodes op grond van artikel 6, eerste lid, van de AOW niet als verzekerd kan worden aangemerkt. De in hoger beroep ingezonden stukken zien op de periode waarvoor appellant al verzekerd is geacht voor de AOW. Appellant heeft zijn stelling dat hij ook in andere dan de in 4.1 genoemde tijdvakken in Nederland heeft gewoond en gewerkt dan wel anderszins verzekerd is geweest, niet met bewijsstukken onderbouwd.
Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat de Svb terecht heeft besloten dat appellant alleen gedurende de tijdvakken 3 maart 1993 tot en met 14 mei 1993
en 3 januari 1994 tot en met 31 mei 1996 verzekerd is geweest voor de AOW. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van L.E. König als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2020.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) L.E. König
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip kring van verzekerden.