Socialezekerheidsrecht
De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak verworpen op gronden die de Raad…
ECLI:NL:CRVB:2021:2332 · Centrale Raad van Beroep · 2 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2021-2332
Zaakgegevens
Op 2 september 2021 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 september 2021
- Datum publicatie
- 20 september 2021
- Zaaknummer
- 20/2578 ANW-PV
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2021:2332
Samenvatting
De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak verworpen op gronden die de Raad onderschrijft. Uit voorgaande overweging volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 2 september 2021deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2021:2332
Hoge Raad · 29 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:675Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 2578 ANW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 mei 2020, 19/4888 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 2 september 2021
Zitting heeft: mr. M. Wolfrat, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: R. van Doorn
Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar.
Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante, geboren op [geboortedatum] 1955, woont in Marokko. Haar in 1944 geboren echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt, maar is naar Marokko teruggekeerd, waar hij op [sterfdatum] 2019 is overleden. De echtgenoot van appellante genoot een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Bij besluit van 4 juli 2019 heeft de Svb afwijzend beslist op deze aanvraag, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Het door appelante tegen deze beslissing gemaakte bezwaar is bij besluit van 16 augustus 2019 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep is door partijen herhaald wat al eerder is aangevoerd.
4. De Raad oordeelt als volgt.
De rechtbank heeft het beroep van appellante bij de aangevallen uitspraak verworpen op gronden die de Raad onderschrijft. Dat de echtgenoot van appellante na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd tot aan zijn overlijden in 2019 recht had op een AOW-ouderdomspensioen, betekent niet dat appellante in verband met dit overlijden in aanmerking kan komen voor een ANW-nabestaandenuitkering. Bepalend is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verplicht of vrijwillig verzekerd was voor de ANW, terwijl hij toen evenmin ingevolge de Marokkaanse wetgeving verzekerd was.
Uit punt 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. van Doorn (getekend) M. Wolfrat
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de R. van Doorn en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 2 septembre 2021.
Les parties disposent d’une délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas: Hoge Raad der Nederlanden (postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion d’assuré.