Socialezekerheidsrecht
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen, omdat appellante niet verzekerd is geweest voor de AOW.
ECLI:NL:CRVB:2024:652 · Centrale Raad van Beroep · 22 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2024-652
Zaakgegevens
Op 22 maart 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 maart 2024
- Datum publicatie
- 4 april 2024
- Zaaknummer
- 23/1874 AOW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2024:652
Samenvatting
Afwijzing aanvraag AOW-pensioen, omdat appellante niet verzekerd is geweest voor de AOW.
Procesgang
Centrale Raad van Beroep · 22 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:CRVB:2024:652
Hoge Raad · 31 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:150
Uitspraak
Inhoudsopgave
23 1874 AOW
Datum uitspraak: 22 maart 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2023, 22/4387, (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: R.R. Olde Engberink.
Ter zitting van 22 maart 2024 is appellante niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante is op 26 januari 2010 getrouwd met [echtgenoot] . [echtgenoot] is voor de AOW verzekerd geweest tot 1 juli 2002. Appellante heeft op 1 november 2021 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Haar aanvraag om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de AOW is door de Svb afgewezen met een besluit van 19 januari 2022 omdat zij niet verzekerd is geweest voor de AOW. Met een besluit van 21 juli 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellante vindt dat zij ook recht heeft op een ouderdomspensioen omdat haar echtgenoot in Nederland heeft gewerkt en aan hem een ouderdomspensioen was toegekend.
De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Daarvoor is het volgende redengevend. De Svb heeft met juistheid geconcludeerd dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden voor toekenning van een ouderdomspensioen. Appellante heeft nooit in Nederland gewoond of gewerkt. Verder heeft zij geen recht op een huwelijkse tijdvak op grond van het NMV omdat zij dan gehuwd moet zijn geweest voor 1 november 2004 met een partner die verzekerd was voor de AOW. Appellante is getrouwd op 26 januari 2010 en heeft hierdoor geen recht op huwelijkse tijdvakken. Er is dus geen reden om het besluit van de Svb voor onjuist te houden. De aangevallen uitspraak moet dan ook worden bevestigd.
Omdat het hoger beroep niet slaagt wordt het door appellante betaalde griffierecht niet vergoed.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R.R. Olde Engberink (getekend) M.L. Noort
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.