Socialezekerheidsrecht
Proceskosten veroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de…
ECLI:NL:CRVB:2025:150 · Centrale Raad van Beroep · 23 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-crvb-2025-150
Zaakgegevens
Op 23 januari 2025 heeft de Centrale Raad van Beroep in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 januari 2025
- Datum publicatie
- 24 januari 2025
- Zaaknummer
- 21/4249 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2025:150
Samenvatting
Proceskosten veroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is volledig tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante.
Uitspraak
Inhoudsopgave
21/4249 WIA
Datum uitspraak: 23 januari 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 26 oktober 2021, 20/1493 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2023. Appellante heeft via een beeldverbinding deelgenomen en is bijgestaan door mr. Theeuwen-Verkoeijen, die fysiek heeft deelgenomen aan de zitting. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. R. Spanjer.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Op verzoek van de Raad heeft M.M. Wolff-van der Ven, verzekeringsarts, een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht en op 7 juni 2024 een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft naar aanleiding van het rapport op 29 augustus 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij aan appellante met ingang van 28 oktober 2018 een IVAuitkering is toegekend.
Op 19 september 2024 heeft mr. Theeuwen-Verkoeijen namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nadere zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 29 augustus 2024 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Omdat het Uwv al heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase moet de Raad nog slechts oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting) en € 1.814 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting), met een waarde per punt van € 907,- en wegingsfactor 1. De door appellante gevraagde reiskosten voor het bijwonen van de zitting in beroep komen voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 12,28 op basis van openbaar vervoer tweede klas. In totaal bedragen de te vergoeden proceskosten € 3.640,28.
Ook moet het Uwv het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden.
Het Uwv zal niet worden veroordeeld in vergoeding van de reiskosten van appellante die zijn gemaakt in verband met het onderzoek van de door de Raad benoemde deskundige. Deze kosten zullen door de Raad worden vergoed.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.640,28;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 182,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van A.K.F. Ouwehand als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2025.
(getekend) E. Dijt
(getekend) A.K.F. Ouwehand