Socialezekerheidsrecht

Veroordeling vergoeding proceskosten na intrekking beroep vanwege gewijzigde beslissing op bezwaar. Tegemoetkoming.

Rechtbank Midden-Nederland, 13 januari 2026

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
15 januari 2026
Zaaknummer
UTR 25/2924
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:65
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling vergoeding proceskosten na intrekking beroep vanwege gewijzigde beslissing op bezwaar. Tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/2924


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaak tussen


Start People B.V., uit Almere, verzoekster

(gemachtigde: N. Derksen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. P. Nicolai).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van het Uwv van 31 maart 2025 (het bestreden besluit). Zij heeft het beroep bij brief van 3 december 2025 ingetrokken, omdat het Uwv op 1 december 2025 het bestreden besluit heeft vervangen door een gewijzigde beslissing op bezwaar.

1.1.

De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv heeft hierop niet gereageerd.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is het Uwv aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 12 mei 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard. Het Uwv heeft op 1 december 2025 het bestreden besluit gewijzigd en het bezwaar alsnog gegrond verklaard. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.S.D. de Weerd, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.