Socialezekerheidsrecht

Art. 8:75a Awb jo. art. 21 Beroepswet uitspraak. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat…

Centrale Raad van Beroep, 28 augustus 2013

Zaakgegevens

Op 28 augustus 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28 augustus 2013
Datum publicatie
28 augustus 2013
Zaaknummer
11-4217 WW
Procedure
Schadevergoedingsuitspraak
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:1580
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 8:75a Awb jo. art. 21 Beroepswet uitspraak. De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv gedeeltelijk aan appellant is tegemoetgekomen. De Raad ziet hierin aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Uitspraak

11/4217 WW, 11/5471 WW

Datum uitspraak: 28 augustus 2013

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 31 mei 2011, 10/1143 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 27 februari 2013 een tussenuitspraak gedaan waarin het Uwv is opgedragen het gebrek in de beslissing op bezwaar van 18 augustus 2011 te herstellen.

Het Uwv heeft op 8 april 2013 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 3 mei 2013 heeft mr. Boumanjal namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv gedeeltelijk aan appellant is tegemoetgekomen.

De Raad ziet hierin aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 944,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 944,-.

Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van

T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2013.

(getekend) B.M. van Dun

(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder

QH