Socialezekerheidsrecht
Het Uwv is met de gewijzigde beslissing op bezwaar aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen…
Centrale Raad van Beroep, 2 juli 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:1387 · Centrale Raad van Beroep · 2 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/schadevergoedingsuitspraak/ecli-nl-crvb-2020-1387
Zaakgegevens
Op 2 juli 2020 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juli 2020
- Datum publicatie
- 7 juli 2020
- Zaaknummer
- 16/5667 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- SchadevergoedingsuitspraakSchadevergoedingsuitspraakDe bestuursrechter beslist over vergoeding van schade door een onrechtmatig besluit, of door een te lange procedure.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2020:1387
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het Uwv is met de gewijzigde beslissing op bezwaar aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen. Kostenveroordeling.
Uitspraak
Datum uitspraak: 2 juli 2020
16/5667 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
3 augustus 2016, 15/5798 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S. Akkas, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft M.M. Wolff-van der Ven, verzekeringsarts, benoemd als deskundige.
De deskundige heeft op 27 augustus 2019 een rapport uitgebracht.
Bij brief van 10 september 2019 heeft de Raad aan mr. Wessel een reactie gevraagd op het deskundige rapport. Daarop is bij brief van 4 oktober 2019 gereageerd.
Het Uwv heeft op 4 december 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 25 februari 2020 heeft mr. Wessel namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 december 2019 aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep en € 1.050,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten van € 1.966,25 in verband met het ingebrachte rapport van M.T.M. Melis, bedrijfsarts, is de Raad van oordeel dat deze vordering voor vergoeding in aanmerking komt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 4.066,25.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2020.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) K.R. van Renswoude