Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Geen reden aangevoerd waarom het griffierecht te laat is betaald.
Centrale Raad van Beroep, 23 juli 2004
ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6913 · Centrale Raad van Beroep · 23 juli 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2004-aq6913
Zaakgegevens
Op 23 juli 2004 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 juli 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03/3167 TW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6913
Samenvatting
Verzet ongegrond. Geen reden aangevoerd waarom het griffierecht te laat is betaald.
Uitspraak
03/3167 TW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[Opposant], opposant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op
27 mei 2003 tussen partijen gegeven uitspraak.
Bij uitspraak van 9 januari 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 29 januari 2004 verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op
28 mei 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
Opposant heeft in zijn verzetschrift aangevoerd dat hij het griffierecht op
12 december 2003 heeft overgemaakt. Als bewijsstuk heeft hij een kopie van een rekeningafschrift van de Banque Populaire te Al Hoceima meegezonden.
Het griffierecht had echter betaald moeten zijn binnen acht weken na de brief van de griffier van de Raad van 9 oktober 2003, dus uiterlijk op 4 december 2003.
De Raad stelt vast dat opposant in zijn verzetschrift niets heeft aangevoerd dat kan dienen als verontschuldiging voor de te late betaling.
Het verzet moet dan ook ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. G.J.H. Doornewaard en
mr. W.M. Levelt-Overmars als leden, in tegenwoordigheid van mr. N.E. Nijdam als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) N.E. Nijdam.
MH