Socialezekerheidsrecht

Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht.

Centrale Raad van Beroep, 9 januari 2008

Zaakgegevens

Op 9 januari 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
9 januari 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07-2539 WUBO
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2008:BC1957
E-mail

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht.

Uitspraak

07/2539 WUBO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet in verband met het geding tussen:

[Appellant]

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 6 september 2007 heeft de Raad het beroep van appellant tegen het besluit van verweerster van 24 april 2007, kenmerk JZ/60/2007, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 6 september 2007 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 8 november 2007. Daar is appellant in persoon verschenen. Verweerster is met voorafgaand bericht niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 6 september 2007 berust hierop, dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Appellant heeft in verzet gewezen op de omstandigheid dat hij vergeetachtig is, dat zijn financiële middelen beperkt zijn waardoor hij extra uitgaven niet zonder meer kan doen en voorts dat hij met zijn broer op één adres woont waardoor verwarring optreedt over afhandeling van post.

De Raad is van oordeel dat appellant in het verzetschrift en ter zitting onvoldoende gronden naar voor heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden.

Hiertoe heeft de Raad overwogen dat de door appellant bij verzetschrift en ter zitting aangevoerde argumenten geheel in zijn eigen risicosfeer liggen, zodat er geen gronden zijn om de te late betaling van het griffierecht te excuseren.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2008.

(get.) H.R. Geerling-Brouwer.

(get.) J.P. Schieveen.

HD