Socialezekerheidsrecht
Gegrond verklaring verzet. Verschoonbare termijnoverschrijding. Doordat naam (gemachtige) en gironummer…
Centrale Raad van Beroep, 3 maart 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BH4756 · Centrale Raad van Beroep · 3 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2009-bh4756
Zaakgegevens
Op 3 maart 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 3 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08-4870 ZW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BH4756
Samenvatting
Gegrond verklaring verzet. Verschoonbare termijnoverschrijding. Doordat naam (gemachtige) en gironummer (betrokkene) niet correspondeerden, werd betalingsopdracht door Postbank teruggezonden. Betrokkene heeft spoedig daarna griffierecht
opnieuw overgemaakt.
Uitspraak
08/4870 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 8 juli 2008, 08/729 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 3 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 10 december 2008 heeft de Raad het namens appellant door mr. M.A. Koot, advocaat te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 heeft mr. Koot namens appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 december 2008 berust op de overwegingen dat appellant het verschuldigde griffierecht niet binnen de hem daartoe gestelde termijn heeft betaald, en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
In hetgeen namens appellant in verzet naar voren is gebracht ziet de Raad voldoende aanknopingspunten om de termijnoverschrijding wel verschoonbaar te achten.
Uit de bij het verzetschrift gevoegde stukken blijkt dat appellant - zelf - binnen de hem gestelde termijn de door de Raad aan mr. Koot gezonden en op diens naam gestelde acceptgiro aan de Postbank heeft gezonden. Doordat appellant op de acceptgiro zijn eigen rekeningnummer had ingevuld, correspondeerden de op de acceptgiro vermelde naam en het rekeningnummer waarvan het bedrag moest worden afgeschreven niet met elkaar. Als gevolg daarvan heeft de Postbank de betalingsopdracht aan appellant teruggezonden.
Uit de gedingstukken blijkt verder dat appellant spoedig daarna het griffierecht opnieuw heeft overgemaakt.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 10 december 2008 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen grond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) R.L. Rijnen.