Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. Hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht, heeft de Raad ervan overtuigd dat in dit…
Centrale Raad van Beroep, 15 oktober 2009
ECLI:NL:CRVB:2009:BK0415 · Centrale Raad van Beroep · 15 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2009-bk0415
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-2414 WIA-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2009:BK0415
Samenvatting
Verzet gegrond. Hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht, heeft de Raad ervan overtuigd dat in dit geval moet worden geoordeeld dat de overschrijding van de voor de betaling van het griffierecht gestelde termijn verschoonbaar is. Van nalatigheid of anderszins verwijtbaarheid aan de zijde van de gemachtigde van appellante is geen sprake. Veeleer is sprake van overmacht als gevolg van technische problemen met het - nieuwe - financiële verwerkingssyssteem van ARAG. In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 26 augustus 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Voor een veroordeling in de kosten van het verzet bestaat, gelet op de gang van zaken, geen grond.
Uitspraak
09/2414 WIA-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 17 maart 2009, 08/697 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 15 oktober 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 26 augustus 2009 heeft de Raad het namens appellante door mr. N.A.M.H. Fiori, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Roermond (hierna: ARAG), ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 26 augustus 2009 heeft mr. Fiori namens appellante verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 26 augustus 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht te laat is betaald.
Hetgeen in het verzetschrift naar voren is gebracht, heeft de Raad ervan overtuigd dat in dit geval moet worden geoordeeld dat de overschrijding van de voor de betaling van het griffierecht gestelde termijn verschoonbaar is. Van nalatigheid of anderszins verwijtbaarheid aan de zijde van de gemachtigde van appellante is geen sprake. Veeleer is sprake van overmacht als gevolg van technische problemen met het - nieuwe - financiële verwerkingssyssteem van ARAG.
In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 26 augustus 2009 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet bestaat, gelet op de gang van zaken, geen grond.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
TM