Socialezekerheidsrecht

Overschrijding hogerberoepstermijn. Verzet ongegrond.

Centrale Raad van Beroep, 19 april 2010

Zaakgegevens

Op 19 april 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
19 april 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09-3402 WWB-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BM3100
E-mail

Samenvatting

Overschrijding hogerberoepstermijn. Verzet ongegrond.

Uitspraak

09/3402 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 1 mei 2009, 08/3855, (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (hierna: College)

Datum uitspraak: 19 april 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 22 september 2009 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 22 september 2009 heeft appellant verzet gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 maart 2010. Appellant is verschenen. Het College is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 22 september 2009 berust op de overweging dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

Vaststaat, en appellant heeft dat ter zitting ook erkend, dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend was 12 juni 2009. Het beroepschrift is op 17 juni 2009 verzonden.

In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij voorafgaand aan het verstrijken van de hogerberoepstermijn herhaaldelijk telefonisch contact heeft met zijn toenmalige raadsman/advocaat. Dit heeft echter niet geleid tot het indienen door de raadsman/advocaat van een hogerberoepschrift. Vervolgens, maar na het verstrijken van de hogerberoepstermijn, heeft appellant zelf een hogerberoepschrift ingediend.

De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 22 september 2009 niet in stand behoort te blijven.

Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 april 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

KR