Socialezekerheidsrecht

Verzet gegrond. De Raad stelt vast dat er niet is gereageerd op het faxbericht van 3 november 2009. Het…

Centrale Raad van Beroep, 9 december 2010

Zaakgegevens

Op 9 december 2010 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
9 december 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/4848 WSFBSF-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2010:BO7437
E-mail

Samenvatting

Verzet gegrond. De Raad stelt vast dat er niet is gereageerd op het faxbericht van 3 november 2009. Het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Uitspraak

09/4848 WSFBSF-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2009, 08/1365 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep thans: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: Minister)

Datum uitspraak: 9 december 2010

I. PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 12 februari 2010 heeft de Raad het namens appellante door [P.], wonende te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 heeft [P.] namens appellante verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 augustus 2010, waar partijen - de Minister met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.

II. OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Bij brief van 7 oktober 2009 is appellante uitgenodigd het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Bij faxbericht van 3 november 2009 is namens appellante een inkomensverklaring van de Raad voor Rechtsbijstand ingezonden en verzocht om verlaging van het griffierecht.

De Raad stelt vast dat door hem - anders dan in de zaak met reg.nr. 09/4847 WTOS-V, waarin een vergelijkbaar verzoek was gedaan en waarin eveneens heden uitspraak wordt gedaan - niet is gereageerd op het faxbericht van 3 november 2009.

In die omstandigheden dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 12 februari 2010 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad zal, bij afzonderlijk - aangetekend - te verzenden brief, appellante in de gelegenheid stellen het griffierecht binnen acht weken te voldoen.

De Raad wijst er verder op dat appellante niet heeft voldaan aan het verzoek om de gronden van het hoger beroep in te dienen. De verwijzing - in een tweede faxbericht van 3 november 2009 - naar “de gedingstukken welke reeds in uw bezit zijn” is daarvoor niet toereikend. Appellante dient concreet aan te geven op welke punten en waarom zij het niet eens is met de aangevallen uitspraak. De Raad zal appellante, eveneens bij afzonderlijk - aangetekend - te verzenden brief, in de gelegenheid stellen de gronden binnen vier weken in te dienen.

Van kosten waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2010.

(get.) T.G.M. Simons.

(get.) R. Groothuis.

NW