Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. Het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend.
Centrale Raad van Beroep, 7 juni 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9177 · Centrale Raad van Beroep · 7 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2011-bq9177
Zaakgegevens
Op 7 juni 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08-5852 WWB-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9177
Samenvatting
Verzet ongegrond. Het hogerberoepschrift is niet tijdig ingediend.
Uitspraak
08/5852 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 augustus 2008, 08/1122 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg
Datum uitspraak: 7 juni 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 11 januari 2011 heeft de Raad het namens appellant door mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 11 januari 2011 heeft mr. Sneep namens appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 26 april 2011, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 11 januari 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft de gemachtigde van appellant betoogd dat het hogerberoepschrift wel tijdig is ingediend, omdat 3 oktober 2008 de laatste dag was waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend.
De Raad volgt de gemachtigde van appellant niet in dit betoog.
Blijkens de gedingstukken is de aangevallen uitspraak door de rechtbank verzonden op 21 augustus 2008. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift aanving op 22 augustus 2008 en eindigde op 2 oktober 2008. Anders dan de gemachtigde van appellant veronderstelt, is 3 oktober 2008, de datum waarop het hogerberoepschrift per fax en per post is verzonden, de eerste dag na afloop van de beroepstermijn. Het hogerberoepschrift is aldus niet tijdig ingediend. Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, is niet gebleken.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
KR