Socialezekerheidsrecht
Verzet niet-ontvankelijk. Geen gronden van het verzet ingediend.
Centrale Raad van Beroep, 2 december 2011
ECLI:NL:CRVB:2011:BU6805 · Centrale Raad van Beroep · 2 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2011-bu6805
Zaakgegevens
Op 2 december 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09-4848 WSF-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2011:BU6805
Samenvatting
Verzet niet-ontvankelijk. Geen gronden van het verzet ingediend.
Uitspraak
09/4848 WSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 juli 2009, 08/1365
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, thans: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Datum uitspraak: 2 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 18 maart 2011 heeft de Raad het namens appellante door W. Prins, wonende te Den Haag, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak - wederom - niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 maart 2011 heeft W. Prins namens appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet.
De Raad stelt in dat verband vast dat namens of door appellante binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 10 juni 2011 gestelde termijn van vier weken geen gronden van het verzet zijn ingediend. Ook na het verstrijken van die termijn zijn geen gronden ingediend.
Van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit niet aan (de gemachtigde van) appellante kan worden verweten, is niet is gebleken.
Dit betekent dat het verzet niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 december 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
CVG