Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. De griffier van de rechtbank heeft het afschrift van de aangevallen uitspraak naar het…
ECLI:NL:CRVB:2012:BV9953 · Centrale Raad van Beroep · 22 maart 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2012-bv9953
Zaakgegevens
Op 22 maart 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 maart 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-3780 WAO-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV9953
Samenvatting
Verzet gegrond. De griffier van de rechtbank heeft het afschrift van de aangevallen uitspraak naar het onjuiste postbusnummer gezonden. Als datum van verzending van de aangevallen uitspraak moet daarom niet de datum van de eerste verzending worden genomen, maar die van de tweede verzending, waarvan vaststaat dat deze appellant - wel - heeft bereikt. Hiervan uitgaande is het hogerberoepschrift tijdig ingediend.
Uitspraak
11/3780 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko), (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 april 2011, 10/2890 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Datum uitspraak: 22 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van
2 september 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 september 2011 heeft appellant verzet gedaan.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 september 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Uit de gedingstukken is de Raad - nader - gebleken dat de brief van 14 april 2011, waarbij de griffier van de rechtbank een afschrift van de aangevallen uitspraak aan appellant heeft gezonden, is geadresseerd aan “Boite Postale [nummer], [nummer] [plaatsnaam], Marokko”. Het juiste postbusnummer is echter [nummer]. Dit nummer is ook vermeld op de enveloppe waarin het bij de rechtbank ingediende - vertaalde - beroepschrift is verzonden. De Raad verbindt hieraan de gevolgtrekking dat als datum van verzending van de aangevallen uitspraak niet de datum van de eerste verzending (14 april 2011) moet worden genomen, maar die van de tweede verzending (6 juni 2011), waarvan vaststaat dat deze appellant - wel - heeft bereikt. Hiervan uitgaande is het hogerberoepschrift tijdig ingediend.
Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 2 september 2011 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten van appellant waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
JL