Socialezekerheidsrecht
Verzet ongegrond. De Raad heeft aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief opnieuw in…
Centrale Raad van Beroep, 21 mei 2012
ECLI:NL:CRVB:2012:BW7063 · Centrale Raad van Beroep · 21 mei 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2012-bw7063
Zaakgegevens
Op 21 mei 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 21 mei 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11-2998 ANW-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2012:BW7063
Samenvatting
Verzet ongegrond. De Raad heeft aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen. Appellante heeft de ontvangst van de brief bevestigd. Appellante heeft het griffierecht - niettemin - niet betaald.
Uitspraak
11/2998 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 april 2011, 10/6317 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Turkije (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak 21 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 19 augustus 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 29 juni 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellante de Raad verzocht de juiste bankgegevens aan haar door te geven omdat zij problemen heeft ondervonden met de betaling van het griffierecht.
Uit de gedingstukken blijkt dat appellante de Raad al bij brief van 19 juli 2011, en dus voor het verstrijken van de betalingstermijn, heeft bericht over betalingsproblemen in verband met een onjuist IBAN nummer. Appellante heeft de Raad verzocht het juiste IBAN nummer en de juiste SWIFT/BIC code aan haar door te geven. Op deze brief heeft de Raad niet gereageerd.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief van 17 november 2011 opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen.
Bij brief van 1 december 2011 heeft appellante de ontvangst van de brief van 17 november 2011 bevestigd en vermeld dat zij een en ander met spoed zal afhandelen.
De Raad stelt vast dat appellante het griffierecht - niettemin - niet heeft betaald.
In die omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
JL