Socialezekerheidsrecht

Verzet gegrond. Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders tijdig bijzondere bijstand…

Centrale Raad van Beroep, 30 november 2012

Zaakgegevens

Op 30 november 2012 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12-3048 ZW-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2012:BY4816
E-mail

Samenvatting

Verzet gegrond. Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders tijdig bijzondere bijstand voor het griffierecht aangevraagd. Het college heeft hem op 20 juli 2012 bericht dat de aanvraag is ingewilligd en dat het griffierecht rechtstreeks naar de bankrekening van de Raad zal worden overgemaakt. Het griffierecht is echter pas op 11 oktober 2012 bijgeschreven op de bankrekening van de Raad. In deze omstandigheden kan appellant redelijkerwijs niet worden verweten dat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Uitspraak

12/3048 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 25 april 2012, 11/729 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Datum uitspraak: 30 november 2012

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 3 oktober 2012 heeft de Raad het door appellant tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen de uitspraak van de Raad van 3 oktober 2012 heeft appellant verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 3 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is het volgende gebleken. Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college) tijdig bijzondere bijstand voor het griffierecht aangevraagd. Het college heeft hem op 20 juli 2012 bericht dat de aanvraag is ingewilligd en dat het griffierecht rechtstreeks naar de bankrekening van de Raad zal worden overgemaakt. Het griffierecht is echter pas op 11 oktober 2012 bijgeschreven op de bankrekening van de Raad.

In deze omstandigheden kan appellant redelijkerwijs niet worden verweten dat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 3 oktober 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is de Raad niet gebleken.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 november 2012.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven