Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief van de Raad…
Centrale Raad van Beroep, 23 augustus 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:1515 · Centrale Raad van Beroep · 23 augustus 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2013-1515
Zaakgegevens
Op 23 augustus 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 augustus 2013
- Datum publicatie
- 23 augustus 2013
- Zaaknummer
- 12-4847 BBZ-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:1515
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief van de Raad per aangetekende post is verzonden. Naar aanleiding daarvan is een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht gesteld. Het griffierecht is binnen die termijn betaald.
Uitspraak
12/4847 BBZ-V
Datum uitspraak: 23 augustus 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 19 juli 2012, 10/839 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Emmen (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 5 maart 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 5 maart 2013 heeft mr. A.C.R. Molenaar, advocaat, namens appellant verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 5 maart 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 22 oktober 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de brief van de Raad van 22 oktober 2012 per aangetekende post is verzonden. Naar aanleiding daarvan is een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht gesteld. Het griffierecht is binnen die termijn betaald.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 5 maart 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad ziet aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellant, begroot op € 236,- voor verleende rechtsbijstand.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
-
verklaart het verzet gegrond;
-
veroordeelt het college in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van
€ 236,-
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
23 augustus 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven