Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. Bij eerdere uitspraak van de Raad is het bezwaar van appellant tegen het besluit van…
Centrale Raad van Beroep, 22 november 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:2534 · Centrale Raad van Beroep · 22 november 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2013-2534
Zaakgegevens
Op 22 november 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 november 2013
- Datum publicatie
- 22 november 2013
- Zaaknummer
- 13-1134 WUV-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:2534
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. Bij eerdere uitspraak van de Raad is het bezwaar van appellant tegen het besluit van verweerder ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Bij het verzetschrift is een nader stuk ingediend. De daarin opgenomen verklaring leidt de Raad alsnog tot het oordeel dat de termijnoverschrijding in bezwaar - wel - verschoonbaar is.
Uitspraak
13/1134 WUV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder)PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht van 20 juni 2013 heeft de Raad, voor zover nu van belang, het beroep van appellant tegen het besluit van verweerder van 30 januari 2013 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het bezwaar van appellant tegen het besluit van verweerder van 23 augustus 2012 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 20 juni 2013 heeft mr. R.M. Prins, advocaat, verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 20 juni 2013 berust op de overwegingen dat de termijn voor het maken van bezwaar tegen het besluit van 23 augustus 2012 is overschreden, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Bij het verzetschrift is een nader stuk ingediend, te weten een emailbericht van 9 juli 2013 van [naam], maatschappelijk werker bij de Stichting Joods Maatschappelijk Werk. De daarin opgenomen verklaring leidt de Raad alsnog tot het oordeel dat de termijnoverschrijding in bezwaar - wel - verschoonbaar is.
Het verzet is daarom gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 20 juni 2013 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
22 november 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
JvC