Socialezekerheidsrecht
Verzet gegrond. De Raad stelt vast dat twijfel bestaat over de feitelijke gang van zaken met betrekking tot…
Centrale Raad van Beroep, 5 juli 2013
ECLI:NL:CRVB:2013:877 · Centrale Raad van Beroep · 5 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/centrale-raad-van-beroep/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/verzet/ecli-nl-crvb-2013-877
Zaakgegevens
Op 5 juli 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Centrale Raad van BeroepCentrale Raad van BeroepDe hoogste bestuursrechter voor sociale zekerheid en ambtenarenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juli 2013
- Datum publicatie
- 5 juli 2013
- Zaaknummer
- 12-6251 WWAJ-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:CRVB:2013:877
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet gegrond. De Raad stelt vast dat twijfel bestaat over de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het faxbericht waarbij dan wel zou zijn verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden van het hoger beroep. Deze twijfel mag niet ten nadele van appellante werken. Dit brengt de Raad tot het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
Uitspraak
12/6251 WWAJ-V
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 17 oktober 2012, 12/576 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 27 februari 2013 heeft de Raad het namens appellante door
mr. S.T. Dieters, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak
niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 27 februari 2013 heeft mr. Dieters namens appellante verzet gedaan.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 februari 2013 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
Na de uitspraak van de Raad van 27 februari 2013 heeft mr. Dieters contact opgenomen met de griffie van de Raad. Gelet op de inhoud van dit contact stelt de Raad vast dat twijfel bestaat over de feitelijke gang van zaken met betrekking tot het faxbericht waarbij is dan wel zou zijn verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden van het hoger beroep. Deze twijfel mag niet ten nadele van appellante werken. Dit brengt de Raad tot het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 27 februari 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
eh