Socialezekerheidsrecht

Verzet ongegrond. Tegen een uitspraak op grond van art. 8:54 Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld. Wel…

Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2013

Zaakgegevens

Op 15 februari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12-3423 WWB-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1398
E-mail

Samenvatting

Verzet ongegrond. Tegen een uitspraak op grond van art. 8:54 Awb kan geen hoger beroep worden ingesteld. Wel kan daartegen (bij de rechtbank) verzet worden gedaan. Doorzending als verzetschrift naar de rechtbank.

Uitspraak

12/3423 WWB-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 mei 2012, 12/317 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen

Datum uitspraak: 15 februari 2013

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 30 oktober 2012 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard van het hoger beroep kennis te nemen.

Tegen de uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 heeft appellant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Awb. Tegen een dergelijke uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld. Wel kan daartegen (bij de rechtbank) verzet worden gedaan.

In verzet heeft appellant uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat hij geen hoger beroep heeft willen instellen, maar verzet heeft willen doen.

De Raad is van oordeel dat zijn uitspraak van 30 oktober 2012 op zichzelf juist is. Doordat de geschriften van appellant niet altijd even toegankelijk zijn, is de bedoeling van appellant pas in verzet duidelijk geworden. De Raad zal daarom het verzet ongegrond verklaren.

Het hogerberoepschrift zal worden doorgezonden aan de rechtbank Limburg ter behandeling als verzetschrift.

In de omstandigheden van het geval zou terugbetaling door de griffier van de Raad van het griffierecht aangewezen zijn. In deze zaak is echter geen griffierecht geheven.

Van kosten waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven