Socialezekerheidsrecht

Verzet ongegrond. Niet tijdige betaling griffierecht. Nog daargelaten dat het bedrag bij de Raad niet is…

Centrale Raad van Beroep, 15 februari 2013

Zaakgegevens

Op 15 februari 2013 heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15 februari 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12-820 WUBO-V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1400
E-mail

Samenvatting

Verzet ongegrond. Niet tijdige betaling griffierecht. Nog daargelaten dat het bedrag bij de Raad niet is ontvangen, heeft appellante pas na de ontvangst van de uitspraak van de Raad, waartegen nu dus verzet is ingesteld, geprobeerd het griffierecht te betalen. Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit appellante niet kan worden verweten, is niet gebleken.

Uitspraak

12/820 WUBO-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet

Partijen:

[appellante], Indonesië (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)

Datum uitspraak: 15 februari 2013

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 10 januari 2012.

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van de Beroepswet van 23 augustus 2012 heeft de Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 23 augustus 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht (€ 35,-) niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.

Vaststaat dat appellante bij aangetekende, aan het - juiste - adres van appellante verzonden, brief van 13 juni 2012 in de gelegenheid is gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen. Het griffierecht is bij de Raad niet ontvangen.

Bij het verzetschrift heeft appellante stukken gevoegd waaruit blijkt dat zij op 14 september 2012 via Western Union een bedrag van € 35,- heeft overgemaakt, waarbij als begunstigde - slechts - de naam van een medewerker van de Raad is vermeld.

De Raad stelt vast dat, nog daargelaten dat het bedrag bij de Raad niet is ontvangen, appellante pas na de ontvangst van de uitspraak van de Raad van 23 augustus 2012 heeft geprobeerd het griffierecht te betalen. Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat dit appellante niet kan worden verweten, is niet gebleken.

Het verzet wordt ongegrond verklaard.

Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2013.

(getekend) T.G.M. Simons

(getekend) D.W.M. Kaldenhoven